24-04-07

De volgende!

Een tijdje geleden, nog voor 9/11, werd ik uitgenodigd als spreker op een kongres over internationale noodhulp in de US. Ik landde in Chicago en toonde mijn VN paspoort aan de immigratiebediende.

Hij bladerde er wat in, sloeg er een stempel in, en wenste me verder "een fijne dag". (jaja, dat waren de gemakkelijke tijden. !)

Net als ik wou doorgaan, riep hij me na "Meneer!". Ik schrok, trok mijn hoofd tussen mijn schouders en keerde om, denkende "Oh Shit!".
De bediende leunde over zijn loket en fluisterde: "Vertelt u me eens, welk land is dat?", terwijl hij naar mijn paspoort wees.
"Euh, dit is een paspoort van de Verenigde Naties.", antwoordde ik.
"Ja dat weet ik wel", vervolgde hij, "maar welk land is dat, ik bedoel, wat is de hoofdstad?".
Ik leunde ietsje naar hem toe, en fluisterde: "Timboektoe!".
Hij glimlachte verontschuldigend, en gebaarde dat ik mocht gaan.

Later vertelde ik dit verhaal bij de opening van mijn speech op het kongres. Ik voegde er aan toe: "Als jullie internationale noodhulp willen doen, moet je toch wat concentreren op jullie aardrijkskunde!". Het amerikaanse publiek kon er niet mee lachen.

Ah sindsdien is er veel veranderd sinds die tijd! Na 9/11 weten ze allemaal dat Irak in Noord-Afrika ligt en Afghanistan net links van Japan.

14:56 Gepost door petercasier in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reisverhalen, immigratie, vs, humor, kortverhalen |  Facebook |

27-03-07

Schatje, ik ben thuis iets vergeten!

Ooit hadden we een canadees team die de sneeuw ruimde in de afgeleden gebieden van Afghanistan. Ze kampeerden in tenten, geisoleerd van de buitenwereld. Elke dag opnieuw, trokken ze de bergen in met sneeuwscooters om lawines te forceren met explosieven zodat onze voedselkonvooien door de bergpassen konden geraken. Op een goeie dag stuurden ze me deze foto, zonder enige tekst. De boodschap was duidelijk!

Foto: Jean-Philipe Bourgeois

23-03-07

De russen zijn terug in Afghanistan!

(Kort nadat de Noordelijke Alliantie de Taliban uit Kaboel verdreef)

We rijden in een konvooi Bagram naar de Kaboel. Vlak voor een platgebombardeerde brug staat een file. Er is een omweggetje langs de brug, door de rivier, maar een defecte tank blokkeert alles. Voor ons staan wel twintig militaire vrachtwagens uit Rusland. Ik stap uit mijn wagen en merk op dat de trucks allemaal van Emercom zijn: het russisch nood-interventie team..

Ik babbel met hun konvooi-commandant en grap met hem: "Zo, jullie russen zijn terug in Afghanistan, he? Laat ons hopen dat jullie hier een beetje meer succes hebben dan de vorige keer dat de russen hier waren! Hahaha".

Hij kon er niet mee lachen...

Andere verhalen over Afghanistan vind je  hier.

18-03-07

De oorlog in Irak: Happy Birthday?

Deze week 'vieren' we de vierde verjaardag van de oorlog in Irak. Ik herinner me de start als ware het gisteren.

Tijd voor een klein rekensommetje.

1. De weekend editie van het Nieuwsblad vertelt ons dat de oorlog in Irak US$380.000 per minuut kost. Een berekening van Joseph Stiglitz, een amerikaanse economist en Nobelprijs winnaar. Tussen ( )-jes, dit is bijna het dubbele van de oorlog in Vietnam.

2. WFP, het VN's Wereld Voedsel Programma, zegt dat het slechts US$0.19 (19 cent) kost om een kind eten te geven voor 1 dag. 20.000 kinderen komen om van honger elke dag. Terwijl U dit berichtje leest, stierven er al 15 kinderen.

3. Neem deze twee cijfers tesamen, dan kan 1 minuut oorlog in Irak, 2 miljoen kinderen eten geven voor een dag. Een dag oorlog in Irak zou 8 miljoen kinderen eten kunnen geven voor een jaar.

Ik versta het niet. Ergens moet er iets verkeerd zijn met dit sommetje. Anders zouden toch alle mensen met een beetje verstand en geweten gaan protesteren tegen deze zinloosheid? Of niet?

(Foto door mijn vriend Robert Kasca, genomen na de bomaanslag op het VN gebouw  in Baghdad.)

Help improving the quality of my website and give me feedback!For feedback or just to say hi!

15:02 Gepost door petercasier in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kortverhalen, reisverhalen, oorlog, irak, vs, vn |  Facebook |

08-03-07

Cannabis in het wild en 'Oh Baby'!

In de tijd was ons kantoor in Islamabad - Pakistan gevestigd in een gebouw dat ‘Saudi-Pak’ heette. Op het eerste (en tweede, en derde) gezicht leek het een rare bedoening, Saudi-Pak. Raar in een goeie zin. Hoekig en zonder vensters, met een soort sobere en toch barokke dessin had het een sterk oosterse flair. Zelfs als ik het gebouw nu nog op foto zie, komen er een pak herinneringen naar boven..

 

 

Cannabis in het wild.

Voor je de parking kon oprijden, moest je door een controlepost, waar je wagen werd onderzocht voor bompakketten en van dat soort moois. Dat veroorzaakte altijd een file ’s morgens als iedereen naar kantoor reed. Het was maar vijf minuutjes van mijn kamerflat, tot bij het gebouw, maar vaak een kwartier om door de controlefile te geraken.

Naast de oprit van de parking lag een braak stuk land, waar het onkruid weelderig tierde. Er stonden ook verschillende grote borden met de namen van diverse organisaties die in ‘de toren’ gevestigd waren. Op een goeie dag, in de file, viel mijn oog op één van de reclameborden. ‘Nee, dat kan niet’, dacht ik eerst. Maar toch. De wilde cannabis was zo hoog opgeschoten dat al half het bord van het VN Drugscontrole Agentschap was overwoekerd. Hoe symbolisch, nee? Hoe kun je drugs onder controle houden in een land waar zelfs je eigen reclamebord wordt overgroeid met bloeiende hash-takken van twee meters hoog?

 

De gardes met oranje baarden.

Nee, nee, het is geen sprookje! Wij hadden echt gardes met oranje baarden. Zo van dat fel rood-oranje haar uit de zeventiger punkjaren, waar we nog in vuilniszakken en sluitspelden rondliepen.

Onze gardes stonden allemaal aan de ingang van het gebouw, want na de controle van de wagen, moest je natuurlijk ook een body-search door onze gardes ondergaan. Pakistaanse versies van Kabouter Plop, dacht ik soms. Met oranje baard dan. Ze waren ook allemaal goedgeaard. De meeste waren militairen of politieagenten op pensioen. Het oranje kwam van de henna die ze gebruikten om hun haar en baard in te smeren, en zo de grijze haren te bedekken. “Grijs is uit, oranje is in”, bij onze Kabouter Plops. Er was er niet  één bij die Engels verstond.

Iedereen moest door de grote metaaldetector, en werd daarna nog eens met een handdetector gescand. De Plop-brigade deed het allemaal met een lach. Zo’n onschuldige glimlach van “jaja, we weten wel dat het allemaal nutteloos is, en een drukte veroorzaakt, maar onze baas zegt nu eenmaal dat we dit moeten doen”. Ik had altijd van alle soorten ‘biep’-grage dingen in mijn safarivest. Telkens de handdetector ergens biepte, tikte de garde met de detector op die plaats, stak zijn kin naar voor, en dan zei ik wat er in zat. Enfin, het maakte niet uit wat ik zei, want ze verstonden me toch niet. Ik sprak hun taal niet, en zij verstonden niks Engels. Hun enige antwoord was telkens weer een glimlach, en het optrekken van de wenkbrauwen.. Zo van “Ah ja, natuurlijk.” Dus maakten we er vaak een grapje van. Uit verveling. Onze stille gemene wraak na een kwartier file: “Biep”- tik – kin – “Een machinegeweer”- wenkbrauwen en “Ah jaaaa, natuurlijk”.  “Biep”- tik – kin – “Een granaat”- wenkbrauwen en bevestiging: “Ah jaa, natuurlijk”. Telkens weer. Onze dagelijkse slapstick. En vaak gingen we wedijveren met mekaar: “ik kreeg er een raketlanceerinstallatie door, vanmorgen!” – “Oh, maar ik heb een tank binnengesmokkeld!”

 

Oh Baby!

De Saudi-Pak toren was hol vanbinnen. Alle kantoren lagen langs de buitenmuren, en creëerden zo een massieve hal in het midden van het gebouw. De hal strekte zich verticaal door het gebouw, verschillende verdiepingen hoog. Die grote holle ruimte hielp wat met de luchtcirculatie, want het kon echt heet en vochtig worden, tijdens de zomermaanden. Het gaf ook een speciaal effect, want klimop en bloeiende slingerplanten groeiden langs de muren van de hal. (Nee, geen cannabis deze keer)

Eén nadeel van die holle ruimte was wel dat het minste lawaai ettelijke keren versterkt en geëchood werd. Vaak een hels kabaal..

Op een avond laat zat ik alleen op kantoor mijn dagelijkse portie van Email te verwerken. Ik had de muziek heel luid gezet, met een goeie subwoofer bas. Ik was vergeten de deur van het kantoor te sluiten, en de muziek moet de hal doen daveren hebben... Ik verschoot me rot toen ik opkeek van mijn scherm en verschillende hoofden van Kabouter-Plops-met-Oranje-Baarden door het deurgat zag steken.. De gardes van de gelijkvloers kwamen kijken wat dit kabaal allemaal was... Ze kwamen aarzelend mijn kantoor binnen. Ik stak mijn duim omhoog met een vraagteken op mijn gezicht, om te vragen of het ‘OK’ was. Gebarentaal brengt je overal als de gesproken taal niet gaat.. Ze glimlachten en staken ook hun duimen omhoog. Het was OK. Het was meer dan OK, want om te tonen dat ze het *heel* leuk vonden, die muziek, begonnen ze mee te bewegen op de langzame ritme van de muziek, en neurieden met hoge tonen alsof ze een goddelijk gezang aanhieven. Misschien herinnerde het hen aan de hoge tonen van de muezzin die vijf keer per dag vanop de minaret tot gebed riep..

Het was een mooi zicht. Een half dozijn bejaarde gardes, allemaal met hel henna-oranje baarden en haardos en een diepbruin getaand en gegroefd gezicht, stond schouder aan schouder, het machinegeweer in de hand, zacht te wiegen op de slow van Faith Hill: “Let’s make love tonight”:

 

Let's make love,

all night long !

Until all our strength is gone!

Hold on tight,

just let go!

I want to feel you in my soul

Until the sun comes up…

Let's make love !

Oh, baby, baby

 

Yep, oh, baby, baby! Dit moet het levende bewijs geweest zijn dat muziek universeel is, en iedereen tot in een goeie stemming brengt. Ik denk dat de VS dat maar eens met de Taliban moet proberen!

 

Foto krediet: cannabisculture.com (cannabis plant), Zootstar (man met baard)

 
Dit is een vertaling uit het eBoek The Road to the Horizon