26-12-07

De man met de airconditioner op zijn hoofd, schoot op ons.

Op een goeie dag, Oeganda, 1997.
"Just for your information", zegt Lionel, "Enkel maar zodat je het weet". Hij belt met zijn gsm vanuit Brazzaville, Congo. Ik zit aan de andere kant van de lijn, in Kampala, Oeganda. Ik moet lachen. Lionels engels is doorspekt met een zwaar frans accent dat klinkt zoals in de TV-filmkes van 'Allo Allo'. 
"Enkel maar zodat je het weet: Ik reed daarnet terug van het vliegveld hier in Brazza naar het centrum van de stad. Ik zag zwaarbewapende militairen op straat. Hier en daar werd geschoten. Niet veel, maar toch lijkt er iets aan de hand te zijn. Ik rij niet terug naar het kantoor, maar ga eventjes in het hotel blijven, en kijken wat er gebeurt.”
Terwijl ik de telefoon neerleg, kijk ik naar Mats aan het bureau links van mij. We hebben een open-plan kantoor, dus geen muren. Iedereen ziet en hoort iedereen. Mats steekt eventjes zijn kin naar voor, als om te vragen: "En.. wat nieuws van Lionel?". Hij moet mijn aarzeling tijdens het telefoongesprek gehoord hebben.
"Hmm. Ik weet het zo niet.. Machinegeweerschoten in het centrum van Brazza,.. Hij gaat terug naar het hotel.."
Na een aantal jaren in de 'humanitaire wereld', heeft Lionel, net als ons allemaal, een zesde zintuig voor gevaar ontwikkeld. Ik betwijfel zijn voorgevoel voor het gevaar niet, alhoewel de feiten niks laten vermoeden. Congo is de laatste jaren heel stabiel is geweest. Daarmee bedoel ik niet ex-Zaïre, nu de Republique Democratique du Congo, die wij DRC of Congo-Kinshasa noemen. Nee, ik bedoel Congo-Brazzaville, aan de andere kant van de Congo rivier. (Jaja, 't was allemaal gemakkelijker toen het nog Congo en Zaïre was!). Nee, Congo Brazzaville was gespaard van alle Mobutu en Kabila ellende. Plus er is niks in het nieuws geweest dat ook maar een hint zou kunnen geven van problemen in het land.. Ja, vijf jaar geleden waren er een paar heel lokale schermutselingen geweest tijdens de 'democratische' verkiezingen. Toen stootte de nieuw verkozen president Lissouba, sterke man Sassou-Nguesso van de troon. Deze laatste had er toen 28 jaar dictatuur op zitten. En die was niet wreed content met de verkiezingsuitslagen, maar hield zich, onder druk van het Westen, koest.
Lionel belt me elke dag. Hij zit vast in het hotel. Wat eerst wat sporadische geweerschoten waren, is nu een volle burgeroorlog geworden. Brazzaville staat in vuur en vlam. Letterlijk dan. Ex-dictator Sassou-Nguesso heeft een staatsgreep gepleegd met de hulp van zijn Cobra militie, een troep buitenlandse huurlingen en het Angolese leger. De franse para's, die net buiten de stad gestationeerd zijn, hebben het hotel van Lionel beveiligd, en er alle buitenlanders verzameld. Die hebben alles moeten achterlaten: hun huizen en bedrijven, hun hele hebben en houden. Een week of zo later, rijden ze allemaal in konvooi naar het vliegveld, onder begeleiding van de franse para's, en worden naar Kinshasa gevlogen.
Sindsdien is de enige bron van informatie de beelden op CNN en BBC. Brazzaville brandt! We zien MIG gevechtsvliegtuigen over Brazza vliegen en lukraak stukken van de stad bombarderen. Verschillende rivaliserende benden en milities, militairen en ex-militairen, bandieten en opportunisten rapen wat er te rapen valt. Ze plunderen, branden en verkrachten er op los. In één dag viel een land dat tientallen jaren stabiel was, in de afgrond van chaos. Hoeveel keer hebben we dat al niet meegemaakt in Afrika? Uiteindelijk zijn de slachtoffers 'de gewone mensen'. Wanneer een gewapend conflict uitbreekt valt de -meestal toch al wankele economie- van het ontwikkelingsland op zijn achterste. Winkels sluiten, fabrieken worden afgebrand, scholen zijn toe, hospitalen kapotgeschoten. De akkers worden niet meer bewerkt en de oogst staat te verrotten terwijl de bevolking verhongert.

Vier weken later. Op de overzetboot van de Congo-rivier.
De afgetakelde ferryboot puft, vechtend tegen de stroming in richting Brazza. Hij zit vol. Vol van de Congolezen die een paar weken geleden gevlucht zijn voor de gevechten, en nu terug naar huis willen gaan. Mats en ik vinden een plekje op het bovendek, van waaruit we aan de ene kant -achter ons- Kinshasa zien liggen, en Brazzaville aan de andere kant -voor ons-. De oversteek duurt amper een goed uur. In een uur verhuizen we van een veilige omgeving in Kinshasa naar een gevarenzone. Een uur geleden zaten we nog in een goed hotel, een fijn ontbijt achter de kiezen te steken, en binnen nog een paar minuten zitten we in een gevarenzone. Van het drukke Kinshasa met zijn volle markten, en gebruikelijke verkeerschaos, naar een Brazza die me verlaten lijkt. We zien niet te veel beweging op de oevers, buiten dan de rook die langzaam opstijgt  tussen een panorama van hoge gebouwen.
We kregen toelating van de veiligheidsdienst om in twaalf uur te redden wat er te redden viel uit onze -waarschijnlijk geplunderde- kantoren in Brazza, en een nieuw kantoor te installeren in de compound van Unicef. Dan konden we opnieuw beginnen met voedselverdelingen aan de bevolking. We willen ook een radio en Email systeem installeren, zodat we kontakt kunnen houden met de lokale werknemers van onze organisatie.
Mats en ik zijn de eerste buitenlanders die Brazza binnen gaan, na de burgeroorlog. God weet wat we zullen vinden. Missies als deze zijn altijd interessant. Een adrenaline shot. Maar tevens zijn we ons bewust van het potentiële gevaar. De kadavers die bleek en opgezwollen op de rivier voorbij drijven, zijn er getuige van.
Eens aangemeerd probeert een menigte op de ferry te geraken nog voordat iedereen ontscheept is. Er ontstaat een herrie van je welste. Een chaos van mensen, houten kratten gevuld met kippen, toegenaaide balen met kleren, valiezen en zakken. Kinderen verliezen hun moeder en beginnen te wenen, vrouwen roepen, en een paar mannen gaan op de vuist.
Eens we eindelijk van de boot geraken wenkt een congolees ons. Hij heeft een lichtblauwe kogelvrije vest aan met 'NU' erop, in grote letters, en een licht- blauwe helm. Hij heeft Kalashnikov machinegeweer in zijn hand. Hij wijst ons naar een witte terreinwagen, ook met NU in grote letters aan de zijkant en een grote witte vlag met ons embleem erop, aan de voorkant.
Terwijl we naar de stad rijden, passeren we de menigte die net van de ferry komt. Langzaam dunt die drukte uit tot wanneer we niemand meer zien.. Geen levende ziel meer...

Een spookstad. En een man met een airconditioner op zijn hoofd.

Er zijn geen andere woorden om te beschrijven wat we zien, terwijl we het centrum van de stad naderen dan: "een spookstad". De straten zijn verlaten. Er ligt puin langs de weg. Stenen, hout en ijzer, afval, hopen vodden en papier,  uitgebrande wagens. De huizen zijn leeg. De deuren van alle gebouwen staan op, en het lijkt erop dat alles is leeggehaald. Kompleet geplunderd. Roet op de muren en zwartgeblakerde, gebroken vensters. De plunderaars zijn grondig te werk zijn gegaan, en hebben enkel karkassen van leegte achtergelaten.

De wagen stopt op een groot rondpunt. Dit is een typische plaats waar de militia haar stellingen opslaat, of op hinderlaag ligt, om geld af te ronselen, wagens te stelen, of om andere bendes te verhinderen zich te verplaatsen. Een groot gebouw staat in alle stilte voor ons. Ik denk dat het eens een hotel moet geweest zijn. De buitenkant van spiegelglas is half kapotgeschoten. Hier en daar waaien de gordijnen door de vensters. De oprit van het hotel is bezaaid met kogelgaten en granaatinslagen. We draaien de vensters van de wagen op een kiertje. We horen wat schoten in de verte. Paf. Paf. Beantwoord met het geluid van een machinegeweer. Taktaktaktak. En dan weer niks dan stilte. De wind. Het geritsel van het papier dat over de straten waait. Een deur die hier en daar piept in haar hengsels. Maar verder, niks. Niks anders dan het zachtjes kraken van het gebroken glas dat versplinterd wordt onder de banden van onze wagen, terwijl we behoedzaam vooruit rijden. Ik hoop dat we hier geen lekke band krijgen. Ik zou niet graag stoppen, en hier een band moeten verwisselen... Het gevoel van gevaar blaast me in mijn nek. Het haar op mijn armen staat recht van de spanning. Het gevoel van het gevaar zo reëel dat je het bijna kunt vastpakken.

Opeens komt een man uit een zijstraat gelopen. Hij heeft een gescheurde camouflagebroek aan, en zijn naakt bovenlichaam glinstert van het zweet. Hij draagt een grote airconditioner op zijn hoofd. De kabels bengelen achter hem aan. We stoppen abrupt. Hij blijft staan, een honderd meter voor ons. Zijn ogen schieten wild heen en weer. In een flash zien we hoe hij met één hand de airconditioner los laat, en het machinegeweer pakt dat hij aan een touw over zijn schouders draagt. Onze chauffeur duwt de gaspedaal in, en we schieten een zijstraat in terwijl de plunderaar, met één hand nog de airconditioner vasthoudend, zijn geweer omhoog brengt. Een seconde later horen we het geratel van schoten. We draaien een hoek om, en kijken niet meer terug. Hij heeft ons niet geraakt. Misschien schoot hij in de lucht, misschien schoot hij op ons, we weten het niet.

Na een half uur komen we toe bij ons kantoor. Wel, wat er nog van over blijft. We moeten onze schouders tegen de deur zetten om het open te duwen. Hopen papier, kapotgeslagen meubels en vodden liggen verspreid over de gang. Er is geen spoor meer van het materiaal dat Lionel een paar weken geleden nog heeft geinstalleerd. Via een luik in de zoldering kruipen Mats en ik op het dak. Zoals we hadden gehoopt staan de mast en radioantennes er nog. We kruipen over de ijzeren golfplaten en demonteren de mast. Terwijl we met koorden alles van het dak laten zakken, horen we af en toe schoten in de verte. Telkens trek ik instinctief mijn hoofd tussen mijn schouders. Mijn spieren reageren met een korte kramp bij elk schot. En telkens weer is een minutenlange pauze van absolute stilte. Bijna vredige stilte. Totale stilte. Er is geen vogel die fluit. Ook de natuur houdt haar adem in.

"Ik kan je niet horen, want er wordt te dicht geschoten!"
In de namiddag installeren we alle materiaal dat we uit Kinshasa hebben meegebracht, in onze nieuwe kantoren, op de compound van UNICEF. Hun kantoren zijn, wonder boven wonder, gespaard gebleven tijdens de schermutselingen.. Ze hebben zelfs een werkende generator, wat een luxe! Er is toch iets dat werkt in deze spookstad.. Een kleine oase. We geven een korte training over het gebruik van het radio- en Emailsysteem aan onze lokale staf, en gaan terug naar onze wagen om Kinshasa op te roepen. Via de kortegolfradio in de terreinwagen willen we de radio-dispatch in Kinshasa verwittigen dat ons werk er op zit, en dat we langzamerhand terug naar de ferry gaan. De wagen staat geparkeerd vlak naast een omheining, gemaakt van geroeste ijzeren golfplaten, zo'n drie meter hoog. Terwijl we in de wagen zitten, horen we stemmen op straat, aan de andere kant van de omheining. We zetten even het volume van de radio stiller, om te luisteren wat er gaande is. De stemmen van een paar mannen klinkt alsmaar luider en geagiteerd. Het is net alsof we er vlak naast staan. En dat is ook zo. We zitten er maar twee meter van, maar aan de andere kant van de ijzeren omheining. Ze zien ons niet. "Krikkrak". Een machinegeweer wordt geladen. Eén van de stemmen slaat over in een gesmeek, een gesnik en dan een paniekerig gehuil. Met een bonk wordt er iemand tegen de omheining gesmeten. De andere stemmen klinken woest. Iemand lacht boven het gehuil uit. Plots ratelen verschillende machinegeweren, en het gehuil verstomt in een gemompel, en dan is er weer stilte. Het geluid van iets wat weggesleept wordt.
Mats en ik zitten nog steeds in de wagen. Mats houdt de microfoon nog dicht bij zijn mond, alsof hij nog in de radio praat. Voor de luttele seconden dat de schermutseling heeft geduurd, heeft hij zich niet bewogen. Gedurende die seconden heeft een geroeste omheining van een paar millimeter dik, leven en dood gescheiden. Wij hadden geluk aan de juiste kant van de omheining te zitten. Deze keer. We vragen ons af wanneer we eens aan de verkeerde kant zullen zitten. Het geluk kan niet altijd blijven duren..

Postscriptum: zes jaar later.
Wij - Tine, de kinderen en ik - zijn op de terugweg van onze skivakantie in Italië. We zijn van de autosnelweg afgereden om bij te tanken in Luxemburg. Ik ben net begonnen te tanken als mijn gsm rinkelt. Het is Arthur, één van de mensen uit mijn team. Hij belt vanuit Brazzaville. "Peter, ik weet dat je op vakantie bent, maar ik probeer Mats in Dubai te bereiken. Hij zit aan de telefoon met onze mensen in Iran.. Dus bel ik je maar. Luister, het is enkel maar opdat je het zou weten: het mobiele telefoonnetwerk gaat op en af hier. Er wordt geschoten in stad. We moesten vanavond vertrekken, maar het lijkt ons veiliger in het hotel te blijven..." Ergens blijft de geschiedenis zich herhalen. Waarschijnlijk tot op het moment dat de wereld leert uit zijn falingen en fouten.

Top foto: copyright Reuters, foto van evacuatie met dank aan L.Marre

16-11-07

Voedselkonvooi Darfur - Soedan

Food convoy Darfur sudan trucks 2 sudan trucks 3 sudan trucks 1 mercedes truck sudan food convoy darfur -4 IL76 Loading El Obeid

18-03-07

De oorlog in Irak: Happy Birthday?

Deze week 'vieren' we de vierde verjaardag van de oorlog in Irak. Ik herinner me de start als ware het gisteren.

Tijd voor een klein rekensommetje.

1. De weekend editie van het Nieuwsblad vertelt ons dat de oorlog in Irak US$380.000 per minuut kost. Een berekening van Joseph Stiglitz, een amerikaanse economist en Nobelprijs winnaar. Tussen ( )-jes, dit is bijna het dubbele van de oorlog in Vietnam.

2. WFP, het VN's Wereld Voedsel Programma, zegt dat het slechts US$0.19 (19 cent) kost om een kind eten te geven voor 1 dag. 20.000 kinderen komen om van honger elke dag. Terwijl U dit berichtje leest, stierven er al 15 kinderen.

3. Neem deze twee cijfers tesamen, dan kan 1 minuut oorlog in Irak, 2 miljoen kinderen eten geven voor een dag. Een dag oorlog in Irak zou 8 miljoen kinderen eten kunnen geven voor een jaar.

Ik versta het niet. Ergens moet er iets verkeerd zijn met dit sommetje. Anders zouden toch alle mensen met een beetje verstand en geweten gaan protesteren tegen deze zinloosheid? Of niet?

(Foto door mijn vriend Robert Kasca, genomen na de bomaanslag op het VN gebouw  in Baghdad.)

Help improving the quality of my website and give me feedback!For feedback or just to say hi!

15:02 Gepost door petercasier in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kortverhalen, reisverhalen, oorlog, irak, vs, vn |  Facebook |