05-01-08

Noodhulp in Somalie: Met man en macht

Food aid stacked on the beach in SomaliaSomalie heeft geen functionerende regering sinds 1991, when rivaliserende clans het regime van diktator Mohamed Siad Barre omverwierpen. En daarna elkaar probeerde een kopje kleiner te maken. Toen vorig jaar een Islamitische groep de macht greep in het zuiden, en Mogadishu, de hoofdstad, inpalmde vroeg de zwakke centrale regering hulp in van Ethiopie. Dat viel in slechte aarde van alle Islamitische clans, die support kregen van Ethiopie's aartsvijand, Eritrea. Sindsdien is Somalie verdeeld in de zoveelste burgeroorlog.

In 2007 zijn verschillende hulpverleners gewond of gedood door dwaalkogels of mortieren waardoor de noodhulp verscheidene keren is gestopt. Naast de konstante onveiligheid vechten de hulpverleners ook met een gebrekkige weg- en haveninfrastructuur die het allesbehalve gemakkelijk maakt om de hulpgoederen te vervoeren, op te slaan, en te verdelen.

De meeste hulp komt binnen via de Keniaanse haven van Mombasa, en wordt dan op zijn beurt verscheept naar Somalie. De haven van Mogadishu ligt al maanden buiten ons bereik, omdat er te veel gevochten wordt. Dus wordt alles afgeladen bij de haven van Merka. Wel, "haven" is veel gezegd. Een brokkelige pier gemaakt van een rijtje aftandse metalen palen, afgebakend met verschillende wrakstukken.

Het enige alternatief dat we hebben is om onze vrachtschepen met de hulpgoederen een kilometer uit te kust te ankeren, en alles in kleinere sloepjes over te laden. Eens bij het strand, worden die manueel door een legertje van dagwerkkrachten afgeladen en op het strand gestapeld. Daar verdelen dagarbeiders, onder het wakend oog van qat-kauwende zwaar bewapende lokale militia, de zakken met voedsel in de klaarstaande vrachtwagens, die alles naar de opslagloodsen her en der in het land vervoeren.

Dat is allemaal gemakkelijk gezegd.. Sedert vorige jaar werden drie schepen van het Wereldvoedselprogramma gekaapt voor de kust van Somalie. Nu worden de schepen met hulpgoederen geescorteerd door de franse zeemacht. En dan is het nog uitkijken voor de haaien die altijd voor de kust op een snelle hap azen. In de vorm van mensenbenen die de hulpgoederen aan land dragen...

Hierbij nog wat foto's rechtstreeks uit Somalie...

DSCN9028
DSC00407
DSCN9046
DSCN9050
Nieuws over noodhulp operaties kun je vinden op Nieuws uit de Andere Wereld, en op mijn engelstalige blog, The Road to the Horizon

23:02 Gepost door petercasier in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: afrika, somalie, noodhulp, ontwikkelingshulp, fotos |  Facebook |

26-12-07

De man met de airconditioner op zijn hoofd, schoot op ons.

Op een goeie dag, Oeganda, 1997.
"Just for your information", zegt Lionel, "Enkel maar zodat je het weet". Hij belt met zijn gsm vanuit Brazzaville, Congo. Ik zit aan de andere kant van de lijn, in Kampala, Oeganda. Ik moet lachen. Lionels engels is doorspekt met een zwaar frans accent dat klinkt zoals in de TV-filmkes van 'Allo Allo'. 
"Enkel maar zodat je het weet: Ik reed daarnet terug van het vliegveld hier in Brazza naar het centrum van de stad. Ik zag zwaarbewapende militairen op straat. Hier en daar werd geschoten. Niet veel, maar toch lijkt er iets aan de hand te zijn. Ik rij niet terug naar het kantoor, maar ga eventjes in het hotel blijven, en kijken wat er gebeurt.”
Terwijl ik de telefoon neerleg, kijk ik naar Mats aan het bureau links van mij. We hebben een open-plan kantoor, dus geen muren. Iedereen ziet en hoort iedereen. Mats steekt eventjes zijn kin naar voor, als om te vragen: "En.. wat nieuws van Lionel?". Hij moet mijn aarzeling tijdens het telefoongesprek gehoord hebben.
"Hmm. Ik weet het zo niet.. Machinegeweerschoten in het centrum van Brazza,.. Hij gaat terug naar het hotel.."
Na een aantal jaren in de 'humanitaire wereld', heeft Lionel, net als ons allemaal, een zesde zintuig voor gevaar ontwikkeld. Ik betwijfel zijn voorgevoel voor het gevaar niet, alhoewel de feiten niks laten vermoeden. Congo is de laatste jaren heel stabiel is geweest. Daarmee bedoel ik niet ex-Zaïre, nu de Republique Democratique du Congo, die wij DRC of Congo-Kinshasa noemen. Nee, ik bedoel Congo-Brazzaville, aan de andere kant van de Congo rivier. (Jaja, 't was allemaal gemakkelijker toen het nog Congo en Zaïre was!). Nee, Congo Brazzaville was gespaard van alle Mobutu en Kabila ellende. Plus er is niks in het nieuws geweest dat ook maar een hint zou kunnen geven van problemen in het land.. Ja, vijf jaar geleden waren er een paar heel lokale schermutselingen geweest tijdens de 'democratische' verkiezingen. Toen stootte de nieuw verkozen president Lissouba, sterke man Sassou-Nguesso van de troon. Deze laatste had er toen 28 jaar dictatuur op zitten. En die was niet wreed content met de verkiezingsuitslagen, maar hield zich, onder druk van het Westen, koest.
Lionel belt me elke dag. Hij zit vast in het hotel. Wat eerst wat sporadische geweerschoten waren, is nu een volle burgeroorlog geworden. Brazzaville staat in vuur en vlam. Letterlijk dan. Ex-dictator Sassou-Nguesso heeft een staatsgreep gepleegd met de hulp van zijn Cobra militie, een troep buitenlandse huurlingen en het Angolese leger. De franse para's, die net buiten de stad gestationeerd zijn, hebben het hotel van Lionel beveiligd, en er alle buitenlanders verzameld. Die hebben alles moeten achterlaten: hun huizen en bedrijven, hun hele hebben en houden. Een week of zo later, rijden ze allemaal in konvooi naar het vliegveld, onder begeleiding van de franse para's, en worden naar Kinshasa gevlogen.
Sindsdien is de enige bron van informatie de beelden op CNN en BBC. Brazzaville brandt! We zien MIG gevechtsvliegtuigen over Brazza vliegen en lukraak stukken van de stad bombarderen. Verschillende rivaliserende benden en milities, militairen en ex-militairen, bandieten en opportunisten rapen wat er te rapen valt. Ze plunderen, branden en verkrachten er op los. In één dag viel een land dat tientallen jaren stabiel was, in de afgrond van chaos. Hoeveel keer hebben we dat al niet meegemaakt in Afrika? Uiteindelijk zijn de slachtoffers 'de gewone mensen'. Wanneer een gewapend conflict uitbreekt valt de -meestal toch al wankele economie- van het ontwikkelingsland op zijn achterste. Winkels sluiten, fabrieken worden afgebrand, scholen zijn toe, hospitalen kapotgeschoten. De akkers worden niet meer bewerkt en de oogst staat te verrotten terwijl de bevolking verhongert.

Vier weken later. Op de overzetboot van de Congo-rivier.
De afgetakelde ferryboot puft, vechtend tegen de stroming in richting Brazza. Hij zit vol. Vol van de Congolezen die een paar weken geleden gevlucht zijn voor de gevechten, en nu terug naar huis willen gaan. Mats en ik vinden een plekje op het bovendek, van waaruit we aan de ene kant -achter ons- Kinshasa zien liggen, en Brazzaville aan de andere kant -voor ons-. De oversteek duurt amper een goed uur. In een uur verhuizen we van een veilige omgeving in Kinshasa naar een gevarenzone. Een uur geleden zaten we nog in een goed hotel, een fijn ontbijt achter de kiezen te steken, en binnen nog een paar minuten zitten we in een gevarenzone. Van het drukke Kinshasa met zijn volle markten, en gebruikelijke verkeerschaos, naar een Brazza die me verlaten lijkt. We zien niet te veel beweging op de oevers, buiten dan de rook die langzaam opstijgt  tussen een panorama van hoge gebouwen.
We kregen toelating van de veiligheidsdienst om in twaalf uur te redden wat er te redden viel uit onze -waarschijnlijk geplunderde- kantoren in Brazza, en een nieuw kantoor te installeren in de compound van Unicef. Dan konden we opnieuw beginnen met voedselverdelingen aan de bevolking. We willen ook een radio en Email systeem installeren, zodat we kontakt kunnen houden met de lokale werknemers van onze organisatie.
Mats en ik zijn de eerste buitenlanders die Brazza binnen gaan, na de burgeroorlog. God weet wat we zullen vinden. Missies als deze zijn altijd interessant. Een adrenaline shot. Maar tevens zijn we ons bewust van het potentiële gevaar. De kadavers die bleek en opgezwollen op de rivier voorbij drijven, zijn er getuige van.
Eens aangemeerd probeert een menigte op de ferry te geraken nog voordat iedereen ontscheept is. Er ontstaat een herrie van je welste. Een chaos van mensen, houten kratten gevuld met kippen, toegenaaide balen met kleren, valiezen en zakken. Kinderen verliezen hun moeder en beginnen te wenen, vrouwen roepen, en een paar mannen gaan op de vuist.
Eens we eindelijk van de boot geraken wenkt een congolees ons. Hij heeft een lichtblauwe kogelvrije vest aan met 'NU' erop, in grote letters, en een licht- blauwe helm. Hij heeft Kalashnikov machinegeweer in zijn hand. Hij wijst ons naar een witte terreinwagen, ook met NU in grote letters aan de zijkant en een grote witte vlag met ons embleem erop, aan de voorkant.
Terwijl we naar de stad rijden, passeren we de menigte die net van de ferry komt. Langzaam dunt die drukte uit tot wanneer we niemand meer zien.. Geen levende ziel meer...

Een spookstad. En een man met een airconditioner op zijn hoofd.

Er zijn geen andere woorden om te beschrijven wat we zien, terwijl we het centrum van de stad naderen dan: "een spookstad". De straten zijn verlaten. Er ligt puin langs de weg. Stenen, hout en ijzer, afval, hopen vodden en papier,  uitgebrande wagens. De huizen zijn leeg. De deuren van alle gebouwen staan op, en het lijkt erop dat alles is leeggehaald. Kompleet geplunderd. Roet op de muren en zwartgeblakerde, gebroken vensters. De plunderaars zijn grondig te werk zijn gegaan, en hebben enkel karkassen van leegte achtergelaten.

De wagen stopt op een groot rondpunt. Dit is een typische plaats waar de militia haar stellingen opslaat, of op hinderlaag ligt, om geld af te ronselen, wagens te stelen, of om andere bendes te verhinderen zich te verplaatsen. Een groot gebouw staat in alle stilte voor ons. Ik denk dat het eens een hotel moet geweest zijn. De buitenkant van spiegelglas is half kapotgeschoten. Hier en daar waaien de gordijnen door de vensters. De oprit van het hotel is bezaaid met kogelgaten en granaatinslagen. We draaien de vensters van de wagen op een kiertje. We horen wat schoten in de verte. Paf. Paf. Beantwoord met het geluid van een machinegeweer. Taktaktaktak. En dan weer niks dan stilte. De wind. Het geritsel van het papier dat over de straten waait. Een deur die hier en daar piept in haar hengsels. Maar verder, niks. Niks anders dan het zachtjes kraken van het gebroken glas dat versplinterd wordt onder de banden van onze wagen, terwijl we behoedzaam vooruit rijden. Ik hoop dat we hier geen lekke band krijgen. Ik zou niet graag stoppen, en hier een band moeten verwisselen... Het gevoel van gevaar blaast me in mijn nek. Het haar op mijn armen staat recht van de spanning. Het gevoel van het gevaar zo reëel dat je het bijna kunt vastpakken.

Opeens komt een man uit een zijstraat gelopen. Hij heeft een gescheurde camouflagebroek aan, en zijn naakt bovenlichaam glinstert van het zweet. Hij draagt een grote airconditioner op zijn hoofd. De kabels bengelen achter hem aan. We stoppen abrupt. Hij blijft staan, een honderd meter voor ons. Zijn ogen schieten wild heen en weer. In een flash zien we hoe hij met één hand de airconditioner los laat, en het machinegeweer pakt dat hij aan een touw over zijn schouders draagt. Onze chauffeur duwt de gaspedaal in, en we schieten een zijstraat in terwijl de plunderaar, met één hand nog de airconditioner vasthoudend, zijn geweer omhoog brengt. Een seconde later horen we het geratel van schoten. We draaien een hoek om, en kijken niet meer terug. Hij heeft ons niet geraakt. Misschien schoot hij in de lucht, misschien schoot hij op ons, we weten het niet.

Na een half uur komen we toe bij ons kantoor. Wel, wat er nog van over blijft. We moeten onze schouders tegen de deur zetten om het open te duwen. Hopen papier, kapotgeslagen meubels en vodden liggen verspreid over de gang. Er is geen spoor meer van het materiaal dat Lionel een paar weken geleden nog heeft geinstalleerd. Via een luik in de zoldering kruipen Mats en ik op het dak. Zoals we hadden gehoopt staan de mast en radioantennes er nog. We kruipen over de ijzeren golfplaten en demonteren de mast. Terwijl we met koorden alles van het dak laten zakken, horen we af en toe schoten in de verte. Telkens trek ik instinctief mijn hoofd tussen mijn schouders. Mijn spieren reageren met een korte kramp bij elk schot. En telkens weer is een minutenlange pauze van absolute stilte. Bijna vredige stilte. Totale stilte. Er is geen vogel die fluit. Ook de natuur houdt haar adem in.

"Ik kan je niet horen, want er wordt te dicht geschoten!"
In de namiddag installeren we alle materiaal dat we uit Kinshasa hebben meegebracht, in onze nieuwe kantoren, op de compound van UNICEF. Hun kantoren zijn, wonder boven wonder, gespaard gebleven tijdens de schermutselingen.. Ze hebben zelfs een werkende generator, wat een luxe! Er is toch iets dat werkt in deze spookstad.. Een kleine oase. We geven een korte training over het gebruik van het radio- en Emailsysteem aan onze lokale staf, en gaan terug naar onze wagen om Kinshasa op te roepen. Via de kortegolfradio in de terreinwagen willen we de radio-dispatch in Kinshasa verwittigen dat ons werk er op zit, en dat we langzamerhand terug naar de ferry gaan. De wagen staat geparkeerd vlak naast een omheining, gemaakt van geroeste ijzeren golfplaten, zo'n drie meter hoog. Terwijl we in de wagen zitten, horen we stemmen op straat, aan de andere kant van de omheining. We zetten even het volume van de radio stiller, om te luisteren wat er gaande is. De stemmen van een paar mannen klinkt alsmaar luider en geagiteerd. Het is net alsof we er vlak naast staan. En dat is ook zo. We zitten er maar twee meter van, maar aan de andere kant van de ijzeren omheining. Ze zien ons niet. "Krikkrak". Een machinegeweer wordt geladen. Eén van de stemmen slaat over in een gesmeek, een gesnik en dan een paniekerig gehuil. Met een bonk wordt er iemand tegen de omheining gesmeten. De andere stemmen klinken woest. Iemand lacht boven het gehuil uit. Plots ratelen verschillende machinegeweren, en het gehuil verstomt in een gemompel, en dan is er weer stilte. Het geluid van iets wat weggesleept wordt.
Mats en ik zitten nog steeds in de wagen. Mats houdt de microfoon nog dicht bij zijn mond, alsof hij nog in de radio praat. Voor de luttele seconden dat de schermutseling heeft geduurd, heeft hij zich niet bewogen. Gedurende die seconden heeft een geroeste omheining van een paar millimeter dik, leven en dood gescheiden. Wij hadden geluk aan de juiste kant van de omheining te zitten. Deze keer. We vragen ons af wanneer we eens aan de verkeerde kant zullen zitten. Het geluk kan niet altijd blijven duren..

Postscriptum: zes jaar later.
Wij - Tine, de kinderen en ik - zijn op de terugweg van onze skivakantie in Italië. We zijn van de autosnelweg afgereden om bij te tanken in Luxemburg. Ik ben net begonnen te tanken als mijn gsm rinkelt. Het is Arthur, één van de mensen uit mijn team. Hij belt vanuit Brazzaville. "Peter, ik weet dat je op vakantie bent, maar ik probeer Mats in Dubai te bereiken. Hij zit aan de telefoon met onze mensen in Iran.. Dus bel ik je maar. Luister, het is enkel maar opdat je het zou weten: het mobiele telefoonnetwerk gaat op en af hier. Er wordt geschoten in stad. We moesten vanavond vertrekken, maar het lijkt ons veiliger in het hotel te blijven..." Ergens blijft de geschiedenis zich herhalen. Waarschijnlijk tot op het moment dat de wereld leert uit zijn falingen en fouten.

Top foto: copyright Reuters, foto van evacuatie met dank aan L.Marre

27-03-07

Een goeie inspirerende video

Een leuk inspirerende video, gemaakt door Alastair Cook, een kollega van me:

22:19 Gepost door petercasier in kortverhalen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ontwikkelingshulp, kenya, overstroming, noodhulp, video |  Facebook |

20-02-07

De Amerikaanse Geheime Dienst is al!

 

Islamabad, 14 september 2001

 

Geeuw!

Weer een coördinatie-vergadering voor de verschillende VN-agentschappen in Pakistan.. Sinds 9/11, drie dagen geleden, hebben we er zo één elke morgen. En ze ratelen maar door en door en door... Dingen die allemaal belangrijk zijn, zonder twijfel, maar niet speciaal voor mij. Ik heb geen specifieke zeg in die vergaderingen, omdat mijn team enkel logistieke steun geeft, meer niet. Dus zit ik in een hoekske, en probeer me wat weg te steken tussen de andere meubels.

 

Ik wist precies hoe dit allemaal ging verlopen. Twee vliegtuigen crashen in de New York World Trace Center en de boel hier in Centraal Azië ging op stelten staan. De morgen na 9/11 waren de meeste mensen die hier vandaag in de vergadering zitten, nog in een ontkenningsfase. Ze beseften niet hoe die gebeurtenissen in Amerika hun leven de volgende weken, maanden, jaren, grondig ging veranderen. Typische ontkenning van de feiten, tot het hen in het gezicht sprong. Vandaag, drie dagen later..

 

Er was geen ontkennen meer aan! De feiten waren overduidelijk. Pakistan en Afghanistan waren nu continue in het nieuws, met de werelds grootste televisie- en nieuwsstations die allemaal kamp opzetten in Islamabad.

 

Het moet natuurlijk juist passen dat, toen 9/11 gebeurde, we hier in Islamabad een opleidingscursus gaven voor onze medewerkers uit Afghanistan. Gisteren hebben we hen opgepikt van hun hotel, om hen eens op een goed etentje te trakteren in één van de sjiekste restaurants van de stad. Die van het Marriott hotel. Terwijl we voorbij het hotel reden, zagen we de file op de oprit. Een file van kleine lokale taxietjes, met elk een reuze-satellietschotel op hun dak vast gesjort. De schotels waren drie keer zo groot als hun kleine karretjes. Elke schotel had stickers van de grote TV zenders: CNN, BBC, SKY, AFP, Fox, Al Jazeera, ITN, ITV, RAI.. Ze waren er allemaal. Het plat dak van het hotel baadde in een hel licht van alle schijnwerpers die her en der verspreid stonden, met in de focus van het alles, de beruchte speakers van die zenders. Allemaal kwamen ze live in de lucht: ‘Live from Islamabad’, met de lichtjes van de stad op de achtergrond.

 

De aankomst van al die internationale pers was weer eens een bewijs dan onze levens hier grondig gingen veranderen. Het ging allemaal verdraaid slechter worden... Zodoende had ook de houding van de mensen in de coördinatievergadering een draai gekregen. Van ontkenning tot een staat van paniek. De toon van de vergadering vandaag verschilde dan ook grondig bij die van gisteren.. Nerveus...

 

Geeuw.

Mijn gedachten gaan weer hun eigen gangetje.. Ik denk aan onze medewerkers uit Afghanistan. Hoe ze tijdens ons dineetje gisteren vertelden over hun familie in Mazar, Kabul, Faizabad, Jalalabad... Hoe ze zich zorgen maakten over hen. Ze stelden zich vragen hoe ze terug thuis zouden geraken, nu alle internationale VN stafmedewerkers uit Afghanistan waren geëvacueerd, en alle VN vluchten van Islamabad naar Afghanistan waren afgelast.

 

Ergens hoorde ik een verandering van toon in één van de stemmen in de vergadering. Eén van de dames van een ander VN agentschap begint te fluisteren. Ik concentreer me weer op wat er gezegd wordt.

Ze leunt naar voor, over de tafel en fluistert, alsof ze een groot geheim vertelt:

 

“Ja, ik weet dat we hier problemen gaan krijgen!”, lispelt ze. “De Amerikaanse Geheime Dienst zijn hier al toegekomen. Ik zag ze gisterenavond.”

Allez, dat was nieuws voor mij!

    

“Jaja, ik heb ze gezien, gisterenavond in het Crown Plaza hotel, hier om de hoek!”, vervolgt ze.

“Tiens”, bedenk ik me, “dat is waar we gisterenavond onze Afghaanse vrienden hebben opgepikt.”

 

“Ze waren met zijn vieren! Ze reden met een witte 4x4 zonder enige kentekens!”

“Toeval, hé”, denk ik zo, “Gisterenavond waren we ook op pad met zo’n wagen. We reden met een kleine Landcruiser, en het embleem van ons agentschap was er afgevallen.”

 

“Er was één normaal gebouwde kerel, en drie kleerkasten van venten die achter hem liepen. Eén was een zwarte. Allemaal met safari-vesten aan, kaki-broeken, en met walkietalkies aan hun broeksriem.”

Hmmm.. Robert, Martin en Terah waren mee met mij. Terah is van Uganda. Alle drie zijn het nogal zware gasten.. We hadden allemaal een safarivest aan, en ja, onze kaki broeken, zowat ons ‘veld-uniform’.

 

“Ze zeiden niks. Keken rond in de receptieruimte van het hotel, pikten een stuk of wat lokale zware jongens op, en reden weer weg. Amerikaanse geheime dienst, zeker van.”

“Jamaar, gisteren hadden we daar onze Afghani vrienden opgepikt. Ja, maar...”

 

Ik sta recht. Kuch uitdrukkelijk, en steek mijn hand omhoog. De dame stopt met babbelen, en kijkt naar mij alsof ze een spook ziet. Ze steekt haar arm uit en wijst mij aan met een bevende vinger. Ze zegt niks, staat daar maar te wijzen, en na een paar seconden begint ze te blozen... Iedereen in de vergadering kijkt op en draait het hoofd in de richting van de wijzende vinger. Daar sta ik, aan de andere kant van die vinger, in mijn hoekske met mijn safari vest, kaki broek en walkietalkie aan de broeksriem. Ik weet niet echt wat te zeggen, en glimlach een beetje onschuldig. Iedereen in de vergadering gaat onder de tafel van het lachen.

 

Sedertdien gaat het gerucht de ronde dat de Belgische Geheime Dienst ook in Islamabad is toegekomen..

12-02-07

De dag dat men mij deporteerde uit de USA

 
Dit is een vertaling van een kortverhaal uit mijn eBoek: The Road to the Horizon.
 
Lente 2003. Net na het begin van de oorlog in Irak.
Washington Dulles internationale luchthaven.
Aan het immigratieloket
 
hij: Waar komt u vandaan meneer? (terwijl hij door mijn paspoort duimt, en kijkt naar de talrijke stempels in een Arabisch geschrift)
ik: Ik kom net aan uit London Heathrow, maar dat was een transit. Ik vertrok uit Caïro in Egypte.
hij: Hoe lang bleef je in Cairo?
ik: een dag.
hij: Waar was je daar voor?
ik: In Jordanië
hij: En hoe lang verbleef je daar, dan?
ik: Ook een dag
hij: Waar was je voor dat?
ik: Irak
hij: ?!?!
ik: Baghdad, Irak. Ik werk voor de VN, zie je.
hij: Heb je vliegtuigtikketten om dat te bewijzen?
ik: Nee, ik vloog met een vliegtuig van de VN. 
hij: Ik zie geen immigratie stempels van Irak in je paspoort.
ik: Nee, er is geen immigratiedienst in Irak. De amerikaanse militairen bezetten de luchthaven, en checken de passagiers, maar dat is al. Er worden geen stempels uitgedeeld.
hij: OK, hoe lang was je daar, dan?
ik: Een week.
hij: <zucht> Waar was je voor langer dan een week? Waar woon je eigenlijk?
ik: Wel, mijn residentie is nog altijd in België, maar het meeste van mijn tijd breng ik door in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten.
hij: Wat doe je daar?
ik: Ik ben het hoofd van het kantoor voor een VN agentschap. Ik heb de status van een ambassadeur.
hij: Kun je dat bewijzen?
ik: Tuurlijk. (Ik toon hem mijn diplomatisch kaart van het Ministerie voor Buitenlandse Zaken van de VAE
hij: Hoe lang woon je al in Dubai?
ik: Twee jaar
hij: En voordient?
ik: Ik pendelde tussen Pakistan en Afghanistan.
hij:
hij: (na twee minuten tikken op zijn komputer) Kunt u eventjes met mij meekomen, meneer?
ik: ?!
 
Een halfuur later, in een aparte kamer met 'andere lotgenoten':
hij#2: Mr Keyscher (?) (mijn familienaam is moeilijk uit te spreken in het engels)
ik: Ja, meneer, dat ben ik.
hij#2: Goeienavond, wat is het doel van je bezoek aan de VS?
ik: Ik werk voor de VN. De VN veiligheidsdienst vroeg me om een vergadering voor te zitten in de Wereldbank, hier in Washington.
hij#2: Bent u op een officiële missie?
ik: Jazeker.
hij#2: Heeft u daar een bewijs van?
ik: Tuurlijk. (Ik start mijn komputer op en toon hem de uitnodiging die via Email opgestuurd was)
hij#2: Waar gaat die vergadering over?
ik: Het gaat over de VN humanitaire hulp in Iraq. Specifiek over de coördinatie van de noodhulp tussen de verschillende agentschappen van de VN.
hij#2: Hoe lang wilt U in de VS blijven?
ik: Ik vlieg terug morgen middag. Minder dan 24 uur, dus.
hij#2: Waar vlieg je naar toe?
ik: Naar Dubai
hij#2: Heb je nog identificatie-papier bij je, buiten je Belgisch paspoort?
ik: Ja ik heb nog twee reispaspoorten van de VN.
hij#2: Blauwe of rode? (de rode zijn de diplomatisch paspoorten)
ik: Ik heb beiden (ik geef ze aan hem)
hij#2: Waarom reist U met Uw Belgisch paspoort, terwijl U VN paspoorten heeft?
ik: Het is gemakkelijker. Ik heb geen visa nodig voor de VS als ik mijn Belgisch paspoort gebruik. Dit is wel het geval met de VN paspoorten.
hij#2: Neemt u even plaats, meneer. Er komt zodadelijk iemand naar u toe.
 
Een half uur later:
hij#3: Mr Keyscher?
ik: That is me!
hij#3: Het spijt me, meneer, maar we kunnen U niet toelaten tot de VS.
ik: ?!?! Waarom niet?
hij#3: U probeert de VS binnen te geraken met uw Belgisch paspoort. Maar dit paspoort is niet geldig om toegelaten te worden.
ik: Waarom niet? Ik was nog in New York twee weken geleden. Ik vlieg drie-viermaal per jaar naar de VS. Ik gebruik altijd dit Belgisch paspoort.
hij#3: Het spijt me, maar de regels zijn veranderd. Vanaf vorige week moeten Belgische paspoorten leesbaar zijn met de machine..
ik: ?!?!
hij#3: Ze hebben een strip nodig, onderaan de voorpagina waarmee we uw gegevens kunnen lezen met een OCR machine.
ik: Niemand heeft me dat gezegd. Ook niet toen ik twee weken geleden nog door de immigratie in New York ben gegaan.
hij#3: Het spijt me, maar ik maak de regels niet. En de regels zijn vorige week veranderd. We kunnen u niet toelaten tot de VS
ik: Maar ik ben op een diplomatieke missie. Ik heb een diplomatiek status. U heeft mijn diplomatieke paspoorten.
hij#3: Het spijt me, dat is allemaal irrelevant. Vorige week nog stopten we een minister van buitenlandse zaken van een land in het Midden-Oosten. Hij had de nodige papieren niet.
ik: Kan ik met de supervisor van de dienst hier spreken?
hij#3: Ik ben de supervisor hier, meneer.
ik: Kan ik dan met uw baas spreken, a.u.b.?
hij#3: Ik ga hem eventjes bellen. Een momentje.
 
Na 15 minuten aan de telefoon met de baas van de baas:
hij#3: Het spijt me, we kunnen U niet toelaten tot de VS. Ik roep zo een verantwoordelijke van British Airways om te zien of ze een plaats hebben op de retourvlucht met het vliegtuig waarmee u daarnet toegekomen bent.
ik: U verstaat toch dat ik drie dagen gereisd heb, van Irak naar hier. Kan ik iemand bij de VN in New York bellen, die borg voor mij kan staan?
hij#3: Nee, meneer, onze beslissing is definitief.
ik: Kan ik iemand bellen om hen te laten weten dat ik niet op de vergadering zal zijn? U moet weten dat er twintig mensen van evenveel VN agentschappen op me zullen wachten. Ik moest die vergadering voorzitten. 
hij#3: U kunt 1 telefoontje maken, maar enkel een lokale oproep. Hier is de telefoon.
ik: Kan ik mijn mobiele telefoon dan gebruiken? Ik moet mijn collega bellen, maar die is van ons kantoor in Rome, en is al hier in Washington. Ik zou dus zijn Italiaans mobiel nummer moeten bellen.
hij#3: Het spijt me, U mag hier uw mobiele telefoon niet gebruiken.
 
Ik probeer met een lokale lijn mijn collega, Gianluca, te bellen op zijn hotelkamer in Washington, maar krijg geen respons.
ik: (zucht) Euh, wat nu?
hij#3: Komt U mee met mij? We moeten uw foto's en vingerafdrukken nemen.
ik: ?!?!
 
Vier foto's (van verschillende kanten), en tien vingerafdrukken later:
ik: Mag ik eventjes naar het toilet
hij#2: Zeker.
 
Een gewapende agent escorteert me naar het toilet en blijft aan de deur staan. Ik ga zitten op de bril, en neem mijn mobiele telefoon uit mijn zak, om Gianluca te bellen. Ik leg hem fluisterend uit wat er gebeurd is, en geef hem een vlugge briefing over mijn input voor de vergadering. Na een minuut bonkt de bewaker op mijn toiletdeur en roept "Het is tijd. Genoeg!"
 
Terug in het screening kantoor babbelt de British Airways verantwoordelijke met 'hij#3'
zij: Ik heb zijn bagage al opgepikt. Maar de terugvlucht zit goed vol.
hij#2:
ik: Wat gebeurt er dan als ik niet op de terugvlucht kan?
hij#2: Dan moeten we u opsluiten tot u een terugvlucht heeft. U heeft een ticket voor morgen, dus zullen we u voor een nacht moeten opsluiten.
ik: ?! Opsluiten?
hij#2: Ja. Opsluiten.
zij: Ik ga mijn best doen, meneer Casier.
hij#2: Mag ik al je ticketten?
hij#2 steekt mijn drie paspoorten en al mijn ticketten, inclusief die voor mijn vlucht naar Dubai in een verzegelde envelop.
 
Een half uur later komt de BA verantwoordelijke terug.
zij: Goed nieuws, ik heb een seat voor u op de terugvlucht.
ik: Dank U. Dank U!
hij#2: We escorteren u naar het vliegtuig.
ik: Mag ik mijn paspoorten en tickets a.u.b.?
hij#2: Nee. U zult die terugkrijgen in Heathrow. Op die manier zijn we zeker dat U het land uit bent. U moet ook weten dat de volgende keer dat u de VS wilt binnenkomen, U geen gebruik meer kunt maken van het visa waiver programma. U zult een visa nodig hebben. Tevens zullen de immigratiemensen aan het loket niet meer de toestemming hebben om U toe te laten. U wordt dus telkens apart ondervraagd telkens U het land wilt binnenkomen.. U moet dit papier ondertekenen om te bevestigen dat U dit verstaan heeft.
ik: Heb ik een keuze om niet te tekenen? Kan ik daartegen beroep aantekenen?
hij: Neen meneer, deze beslissing is definitief.
ik: voor hoelang blijft deze beslissing geldig? (ik teken de papieren)
hij#2: Voor altijd. Eens U gedeporteerd bent, kunt u nooit meer binnen in de VS zonder de procedure om een visa aan te vragen en bij het binnenkomen ondervraagd te worden. Uw escorte is hier.
 
Twee gewapende agenten nemen me mee naar buiten, via een zijdeur. Het is intussen nacht geworden. Het regent. Een geblindeerde bestelwagen wacht op me. Nog meer gewapende agenten. Ik zie sigarettenpeuken op de grond.
ik: Het spijt me, maar ik vloog vanuit Cairo. Niet rokers. Voor vier uur naar Londen. In Londen had ik geen tijd voor een sigaret. Dan nog eens zes uur trans-Atlantisch en twee uur hier. Mag ik a.u.b. vlug een sigaretje roken?
hij#4: (kijkt naar hij#5, hij#6 en hij#7) OK.. Een vlugge sigaret dan.
ik: Dat is het enige goeie nieuws dat ik kreeg sedert ik hier geland ben. Dank je!
 
Met zijn vieren escorteren ze me tot in het vliegtuig. Er zijn nog geen andere passagiers. Ze blijven naast me staan terwijl ik plaats neem, en fluisteren tegen de stewardess en de kapitein van het vliegtuig. Ze kijken naar mij. Ik voel me net als een crimineel. 
 
Zes uur later stap ik uit het vliegtuig in Londen. Ik krijg de envelop terug met mijn papieren, en teken voor ontvangst. Mijn vlucht naar Dubai vertrekt in twee uur. Ik moet dringend een sigaret, en bel nog eventjes naar Gianluca... Wat een dag! Wat een week!
 

09-02-07

Kijk ook eens.

nice sunset in pacific

 

 

 

Lees mijn nederlandstalig eBoek over mijn expedities naar Antarctica en de Stille Zuidzee: http://verslaafdaandehorizon.blogspot.com

Voor alle engelstalige kortverhalen over het leven als ontwikkelingshelper in verre streken, over expedities naar Antarctica, zeilen over de Atlantische oceaan, hinderlagen in Burundi en het veroveren van bergen in Afghanistan, ga naar: http://theroadtothehorizon.blogspot.com

Veel leesgenot!