26-12-07

De man met de airconditioner op zijn hoofd, schoot op ons.

Op een goeie dag, Oeganda, 1997.
"Just for your information", zegt Lionel, "Enkel maar zodat je het weet". Hij belt met zijn gsm vanuit Brazzaville, Congo. Ik zit aan de andere kant van de lijn, in Kampala, Oeganda. Ik moet lachen. Lionels engels is doorspekt met een zwaar frans accent dat klinkt zoals in de TV-filmkes van 'Allo Allo'. 
"Enkel maar zodat je het weet: Ik reed daarnet terug van het vliegveld hier in Brazza naar het centrum van de stad. Ik zag zwaarbewapende militairen op straat. Hier en daar werd geschoten. Niet veel, maar toch lijkt er iets aan de hand te zijn. Ik rij niet terug naar het kantoor, maar ga eventjes in het hotel blijven, en kijken wat er gebeurt.”
Terwijl ik de telefoon neerleg, kijk ik naar Mats aan het bureau links van mij. We hebben een open-plan kantoor, dus geen muren. Iedereen ziet en hoort iedereen. Mats steekt eventjes zijn kin naar voor, als om te vragen: "En.. wat nieuws van Lionel?". Hij moet mijn aarzeling tijdens het telefoongesprek gehoord hebben.
"Hmm. Ik weet het zo niet.. Machinegeweerschoten in het centrum van Brazza,.. Hij gaat terug naar het hotel.."
Na een aantal jaren in de 'humanitaire wereld', heeft Lionel, net als ons allemaal, een zesde zintuig voor gevaar ontwikkeld. Ik betwijfel zijn voorgevoel voor het gevaar niet, alhoewel de feiten niks laten vermoeden. Congo is de laatste jaren heel stabiel is geweest. Daarmee bedoel ik niet ex-Zaïre, nu de Republique Democratique du Congo, die wij DRC of Congo-Kinshasa noemen. Nee, ik bedoel Congo-Brazzaville, aan de andere kant van de Congo rivier. (Jaja, 't was allemaal gemakkelijker toen het nog Congo en Zaïre was!). Nee, Congo Brazzaville was gespaard van alle Mobutu en Kabila ellende. Plus er is niks in het nieuws geweest dat ook maar een hint zou kunnen geven van problemen in het land.. Ja, vijf jaar geleden waren er een paar heel lokale schermutselingen geweest tijdens de 'democratische' verkiezingen. Toen stootte de nieuw verkozen president Lissouba, sterke man Sassou-Nguesso van de troon. Deze laatste had er toen 28 jaar dictatuur op zitten. En die was niet wreed content met de verkiezingsuitslagen, maar hield zich, onder druk van het Westen, koest.
Lionel belt me elke dag. Hij zit vast in het hotel. Wat eerst wat sporadische geweerschoten waren, is nu een volle burgeroorlog geworden. Brazzaville staat in vuur en vlam. Letterlijk dan. Ex-dictator Sassou-Nguesso heeft een staatsgreep gepleegd met de hulp van zijn Cobra militie, een troep buitenlandse huurlingen en het Angolese leger. De franse para's, die net buiten de stad gestationeerd zijn, hebben het hotel van Lionel beveiligd, en er alle buitenlanders verzameld. Die hebben alles moeten achterlaten: hun huizen en bedrijven, hun hele hebben en houden. Een week of zo later, rijden ze allemaal in konvooi naar het vliegveld, onder begeleiding van de franse para's, en worden naar Kinshasa gevlogen.
Sindsdien is de enige bron van informatie de beelden op CNN en BBC. Brazzaville brandt! We zien MIG gevechtsvliegtuigen over Brazza vliegen en lukraak stukken van de stad bombarderen. Verschillende rivaliserende benden en milities, militairen en ex-militairen, bandieten en opportunisten rapen wat er te rapen valt. Ze plunderen, branden en verkrachten er op los. In één dag viel een land dat tientallen jaren stabiel was, in de afgrond van chaos. Hoeveel keer hebben we dat al niet meegemaakt in Afrika? Uiteindelijk zijn de slachtoffers 'de gewone mensen'. Wanneer een gewapend conflict uitbreekt valt de -meestal toch al wankele economie- van het ontwikkelingsland op zijn achterste. Winkels sluiten, fabrieken worden afgebrand, scholen zijn toe, hospitalen kapotgeschoten. De akkers worden niet meer bewerkt en de oogst staat te verrotten terwijl de bevolking verhongert.

Vier weken later. Op de overzetboot van de Congo-rivier.
De afgetakelde ferryboot puft, vechtend tegen de stroming in richting Brazza. Hij zit vol. Vol van de Congolezen die een paar weken geleden gevlucht zijn voor de gevechten, en nu terug naar huis willen gaan. Mats en ik vinden een plekje op het bovendek, van waaruit we aan de ene kant -achter ons- Kinshasa zien liggen, en Brazzaville aan de andere kant -voor ons-. De oversteek duurt amper een goed uur. In een uur verhuizen we van een veilige omgeving in Kinshasa naar een gevarenzone. Een uur geleden zaten we nog in een goed hotel, een fijn ontbijt achter de kiezen te steken, en binnen nog een paar minuten zitten we in een gevarenzone. Van het drukke Kinshasa met zijn volle markten, en gebruikelijke verkeerschaos, naar een Brazza die me verlaten lijkt. We zien niet te veel beweging op de oevers, buiten dan de rook die langzaam opstijgt  tussen een panorama van hoge gebouwen.
We kregen toelating van de veiligheidsdienst om in twaalf uur te redden wat er te redden viel uit onze -waarschijnlijk geplunderde- kantoren in Brazza, en een nieuw kantoor te installeren in de compound van Unicef. Dan konden we opnieuw beginnen met voedselverdelingen aan de bevolking. We willen ook een radio en Email systeem installeren, zodat we kontakt kunnen houden met de lokale werknemers van onze organisatie.
Mats en ik zijn de eerste buitenlanders die Brazza binnen gaan, na de burgeroorlog. God weet wat we zullen vinden. Missies als deze zijn altijd interessant. Een adrenaline shot. Maar tevens zijn we ons bewust van het potentiële gevaar. De kadavers die bleek en opgezwollen op de rivier voorbij drijven, zijn er getuige van.
Eens aangemeerd probeert een menigte op de ferry te geraken nog voordat iedereen ontscheept is. Er ontstaat een herrie van je welste. Een chaos van mensen, houten kratten gevuld met kippen, toegenaaide balen met kleren, valiezen en zakken. Kinderen verliezen hun moeder en beginnen te wenen, vrouwen roepen, en een paar mannen gaan op de vuist.
Eens we eindelijk van de boot geraken wenkt een congolees ons. Hij heeft een lichtblauwe kogelvrije vest aan met 'NU' erop, in grote letters, en een licht- blauwe helm. Hij heeft Kalashnikov machinegeweer in zijn hand. Hij wijst ons naar een witte terreinwagen, ook met NU in grote letters aan de zijkant en een grote witte vlag met ons embleem erop, aan de voorkant.
Terwijl we naar de stad rijden, passeren we de menigte die net van de ferry komt. Langzaam dunt die drukte uit tot wanneer we niemand meer zien.. Geen levende ziel meer...

Een spookstad. En een man met een airconditioner op zijn hoofd.

Er zijn geen andere woorden om te beschrijven wat we zien, terwijl we het centrum van de stad naderen dan: "een spookstad". De straten zijn verlaten. Er ligt puin langs de weg. Stenen, hout en ijzer, afval, hopen vodden en papier,  uitgebrande wagens. De huizen zijn leeg. De deuren van alle gebouwen staan op, en het lijkt erop dat alles is leeggehaald. Kompleet geplunderd. Roet op de muren en zwartgeblakerde, gebroken vensters. De plunderaars zijn grondig te werk zijn gegaan, en hebben enkel karkassen van leegte achtergelaten.

De wagen stopt op een groot rondpunt. Dit is een typische plaats waar de militia haar stellingen opslaat, of op hinderlaag ligt, om geld af te ronselen, wagens te stelen, of om andere bendes te verhinderen zich te verplaatsen. Een groot gebouw staat in alle stilte voor ons. Ik denk dat het eens een hotel moet geweest zijn. De buitenkant van spiegelglas is half kapotgeschoten. Hier en daar waaien de gordijnen door de vensters. De oprit van het hotel is bezaaid met kogelgaten en granaatinslagen. We draaien de vensters van de wagen op een kiertje. We horen wat schoten in de verte. Paf. Paf. Beantwoord met het geluid van een machinegeweer. Taktaktaktak. En dan weer niks dan stilte. De wind. Het geritsel van het papier dat over de straten waait. Een deur die hier en daar piept in haar hengsels. Maar verder, niks. Niks anders dan het zachtjes kraken van het gebroken glas dat versplinterd wordt onder de banden van onze wagen, terwijl we behoedzaam vooruit rijden. Ik hoop dat we hier geen lekke band krijgen. Ik zou niet graag stoppen, en hier een band moeten verwisselen... Het gevoel van gevaar blaast me in mijn nek. Het haar op mijn armen staat recht van de spanning. Het gevoel van het gevaar zo reëel dat je het bijna kunt vastpakken.

Opeens komt een man uit een zijstraat gelopen. Hij heeft een gescheurde camouflagebroek aan, en zijn naakt bovenlichaam glinstert van het zweet. Hij draagt een grote airconditioner op zijn hoofd. De kabels bengelen achter hem aan. We stoppen abrupt. Hij blijft staan, een honderd meter voor ons. Zijn ogen schieten wild heen en weer. In een flash zien we hoe hij met één hand de airconditioner los laat, en het machinegeweer pakt dat hij aan een touw over zijn schouders draagt. Onze chauffeur duwt de gaspedaal in, en we schieten een zijstraat in terwijl de plunderaar, met één hand nog de airconditioner vasthoudend, zijn geweer omhoog brengt. Een seconde later horen we het geratel van schoten. We draaien een hoek om, en kijken niet meer terug. Hij heeft ons niet geraakt. Misschien schoot hij in de lucht, misschien schoot hij op ons, we weten het niet.

Na een half uur komen we toe bij ons kantoor. Wel, wat er nog van over blijft. We moeten onze schouders tegen de deur zetten om het open te duwen. Hopen papier, kapotgeslagen meubels en vodden liggen verspreid over de gang. Er is geen spoor meer van het materiaal dat Lionel een paar weken geleden nog heeft geinstalleerd. Via een luik in de zoldering kruipen Mats en ik op het dak. Zoals we hadden gehoopt staan de mast en radioantennes er nog. We kruipen over de ijzeren golfplaten en demonteren de mast. Terwijl we met koorden alles van het dak laten zakken, horen we af en toe schoten in de verte. Telkens trek ik instinctief mijn hoofd tussen mijn schouders. Mijn spieren reageren met een korte kramp bij elk schot. En telkens weer is een minutenlange pauze van absolute stilte. Bijna vredige stilte. Totale stilte. Er is geen vogel die fluit. Ook de natuur houdt haar adem in.

"Ik kan je niet horen, want er wordt te dicht geschoten!"
In de namiddag installeren we alle materiaal dat we uit Kinshasa hebben meegebracht, in onze nieuwe kantoren, op de compound van UNICEF. Hun kantoren zijn, wonder boven wonder, gespaard gebleven tijdens de schermutselingen.. Ze hebben zelfs een werkende generator, wat een luxe! Er is toch iets dat werkt in deze spookstad.. Een kleine oase. We geven een korte training over het gebruik van het radio- en Emailsysteem aan onze lokale staf, en gaan terug naar onze wagen om Kinshasa op te roepen. Via de kortegolfradio in de terreinwagen willen we de radio-dispatch in Kinshasa verwittigen dat ons werk er op zit, en dat we langzamerhand terug naar de ferry gaan. De wagen staat geparkeerd vlak naast een omheining, gemaakt van geroeste ijzeren golfplaten, zo'n drie meter hoog. Terwijl we in de wagen zitten, horen we stemmen op straat, aan de andere kant van de omheining. We zetten even het volume van de radio stiller, om te luisteren wat er gaande is. De stemmen van een paar mannen klinkt alsmaar luider en geagiteerd. Het is net alsof we er vlak naast staan. En dat is ook zo. We zitten er maar twee meter van, maar aan de andere kant van de ijzeren omheining. Ze zien ons niet. "Krikkrak". Een machinegeweer wordt geladen. Eén van de stemmen slaat over in een gesmeek, een gesnik en dan een paniekerig gehuil. Met een bonk wordt er iemand tegen de omheining gesmeten. De andere stemmen klinken woest. Iemand lacht boven het gehuil uit. Plots ratelen verschillende machinegeweren, en het gehuil verstomt in een gemompel, en dan is er weer stilte. Het geluid van iets wat weggesleept wordt.
Mats en ik zitten nog steeds in de wagen. Mats houdt de microfoon nog dicht bij zijn mond, alsof hij nog in de radio praat. Voor de luttele seconden dat de schermutseling heeft geduurd, heeft hij zich niet bewogen. Gedurende die seconden heeft een geroeste omheining van een paar millimeter dik, leven en dood gescheiden. Wij hadden geluk aan de juiste kant van de omheining te zitten. Deze keer. We vragen ons af wanneer we eens aan de verkeerde kant zullen zitten. Het geluk kan niet altijd blijven duren..

Postscriptum: zes jaar later.
Wij - Tine, de kinderen en ik - zijn op de terugweg van onze skivakantie in Italië. We zijn van de autosnelweg afgereden om bij te tanken in Luxemburg. Ik ben net begonnen te tanken als mijn gsm rinkelt. Het is Arthur, één van de mensen uit mijn team. Hij belt vanuit Brazzaville. "Peter, ik weet dat je op vakantie bent, maar ik probeer Mats in Dubai te bereiken. Hij zit aan de telefoon met onze mensen in Iran.. Dus bel ik je maar. Luister, het is enkel maar opdat je het zou weten: het mobiele telefoonnetwerk gaat op en af hier. Er wordt geschoten in stad. We moesten vanavond vertrekken, maar het lijkt ons veiliger in het hotel te blijven..." Ergens blijft de geschiedenis zich herhalen. Waarschijnlijk tot op het moment dat de wereld leert uit zijn falingen en fouten.

Top foto: copyright Reuters, foto van evacuatie met dank aan L.Marre

23-02-07

Landing op Antarctica

Dit is een stukje uit mijn eBoek 'Verslaafd aan de Horizon'
 
29 januari 1994, 13 u 00.
We hebben onze bagage reeds min of meer gepakt en lopen rond met onze walkietalkies in de hand. Ietwat misnoegd, want de mist klaart niet op. Vanop de brug van onze boot, de Kapitan Khlebnikov, zien we grote ijsschotsen langs ons voorbij drijven. Sommige zijn tientallen meters hoog en kilometers lang. Ze hebben hun eigen micro-weersysteem boven zich hangen. Willy en ik klimmen in de mast en halen onze antennes naar beneden. Het is bitter koud. Willy geeft me een tik op de schouder en wijst naar de horizon. Een grote ijsschots tekent zich af. Wacht eens, het heeft donkere vlekken op de zijkant, dat is geen ijsschots, die vlekken zijn stukken rots. Dit is Peter I! Ons eiland! Peter I!

We klauteren naar beneden en roepen de anderen op via de walkietalkie. Vanop de brug zien we het eiland naderen. Het lijkt zozeer op de enige foto die we van het eiland hebben: een 1700 m hoge berg, met flanken die bijna verticaal in de zee duiken. Langs de noordkant zien we hoe de gletsjer met een zachte helling van een vijftal kilometer lang, naar de zee loopt. Op het puntje van die gletsjer willen we landen en ons kamp opslaan... Maar veel van het eiland krijgen we niet te zien. De mistbanken hopen zich op rond de kust. De gletsjer zit bijna de ganse tijd in de mist...

De Khlebnikov stuurt langzaam naar de westkant van het eiland. Voor we er erg in hebben zitten we midden in het pakijs. De satellietfoto's die Tony gisteren nog ontvangen had, toonden inderdaad dat de rand van de ijszee tot bij het eiland kwam. Langzaam kraakt de boot zich een weg. De ijsschotsen wijken voor de boeg... Het ijs is goed nieuws: het isoleert het relatief warme water van de koude lucht. Op die manier krijg je veel minder mistvorming. De motoren worden stilgelegd. We drijven aan de westkant van het eiland, en, wonder bij wonder, de mist trekt op en de blauwe hemel opent zich. De weerspiegeling van het zonlicht op de ijszee, met Peter I, bijna volledig uit de wolken... Het lijkt een droom. De muziek van de film 'The mission' klinkt in crescendo in mijn hoofd. We krijgen allemaal tranen in de ogen, zo mooi is het panorama.
"We hebben het voor elkaar gekregen, het is ons gelukt!", roep ik naar Ralph
"Na zo veel maanden, eindelijk", juicht Tony.
"Mijn koninkrijk voor een helikopter", schatert Wilber.
"Herinner je die fax, Ralph, waarin je aankondigde dat de Russen het vervoer afzegden?"
"Ik herinner me je antwoord nog beter, Peter: 'Dit zal de geschiedenis in gaan als de tijd dat we het helemaal niet meer zagen zitten!' "
"Hahaha, en toch hebben we het klaargespeeld!"
"Komaan, iedereen weet wat te doen, aan het werk!", beveelt Ralph.
Iedereen gaat zijn poolkledij aantrekken en sleurt zijn bagage naar het helikopterdek. Ralph brengt het goeie nieuws: 'We gaan landen!'.

Met luid geraas start de eerste helikopter. Terry en Bob stappen in. De toeristen staan achter geïmproviseerde dranghekkens luid te applaudisseren en ons aan te moedigen, als waren we renners in een wielerwedstrijd. Ik weet dat velen denken dat we gek zijn, en dat zijn we ook. De helikopter laat zijn motoren op volle toeren draaien, en zijn schroeven happen in de lucht. Langzaam stijgt hij op en blijft een tijdje hangen op een paar meter boven het dek, alsof hij zijn passagiers nog een laatste blik op de boot gunt. Plotseling zwenkt hij naar links en verdwijnt in de richting van het eiland. Pas als we de helikopter in het niks zien verdwijnen, realiseren we ons hoe ver het schip van de kust ligt, en hoe gigantisch hoog de centrale berg wel is... Terwijl de tweede helikopter zijn motoren opwarmt, wachten we ongeduldig op een bericht van Terry of Bob.

Na een kwartier klinkt het krakend uit de walkietalkie.
"Khlebnikov, Peter I roept, over"
"Ja Terry, dit is Ralph, welk goed nieuws?"
"We zijn veilig geland op het puntje van de gletsjer, zo'n 500 meter van de rand. Er is geen enkel teken van gletsjerspleten, en we hebben een landingsplaats aangeduid met vlaggen."
"OK, laat de helikopter terugkomen, we beginnen de landing!"
"Roger, roger, Peter I in stand-by".

Drie uur later is alle cargo naar het eiland overgevlogen en staan de piloten klaar om de laatste vlucht uit te voeren. Tony, Wilber, Ralph en ik nemen afscheid van de officieren, zwaaien nog eens naar de passagiers en stappen in de helikopter. Zonder dralen stijgt hij langzaam op. 'The mission' speelt weer in mijn hoofd. Als in een droom zien we de Khlebnikov onder ons voorbijschuiven. De piloot maakt een bocht voor het schip uit en gaat op een hoogte van vijftig meter wachten tot de tweede helikopter het laatste cargonet ophaalt. Met zijn tweeën naast mekaar, vliegen ze naar het eiland. De Khlebnikov verdwijnt in het niets. Opgeslorpt door de oneindige ijszee. Vóór ons wordt het eiland alsmaar groter. We vliegen over de gletsjerrand en cirkelen boven het kamp. We landen tussen de her en der verspreide kratten. Luis komt de helikopterdeur openen en geeft ons de hand.
"Welkom", roept hij boven het geraas van de klappende wieken uit.
"Daar komt de laatste helikopter, jongens", roept Bob en hij gaat bovenop een krat staan om aan te duiden waar de cargo moet gedropt worden. Licht wiegend komt de helikopter aangevlogen, het cargonet een paar meter onder hem. Zachtjes dropt hij de krat en landt. We danken de piloot voor zijn hulp en geven hem een fooi. Hij stijgt op, geeft een lichtsein ter afscheid, vliegt over ons uit en verdwijnt naar de Khlebnikov.

En plotseling, plotseling, .... het klapwieken van de helikopter verdwijnt in de verte en dan... is er geen lawaai meer. De oneindige stilte. De wind waait zachtjes, we horen het stil krassend geluid van de ijszee, het 'zwompkrr, zwompkrr' geluid van onze laarzen in de sneeuw, de gedempte stemmen. We vliegen mekaar om de hals.
"We did it! We hebben het voor mekaar! In nauwelijks vier uur hebben we 18 ton, en 150 stukken bagage geland, zonder moeilijkheden! We hebben het voor mekaar!"
Ralph opent een fles champagne, en gretig drinkt ieder een slok. Ik steek een sigaret op. Mijn eerste sigaret. Op mijn eiland... Ik graai in de sneeuw. Om deze sneeuw te voelen, moest ik zes maanden dag en nacht werken, mijn job opgeven, bijna 700.000 fr. betalen. Maar alles was de moeite waard! Elke cent, elke seconde. Ik kijk met de tranen in de ogen naar de anderen. Woorden schieten me tekort. Ralph komt naar me toe, en schudt me de hand:
"We hebben het voor mekaar, Peter."
"Ja, zelfs het panorama is al die moeite waard, kijk eens!"

Het is tien uur 's avonds. De zon zweeft boven de horizon en weerspiegelt op de ijszee. We hebben een panorama van bijna 200 graden. De zee, de Khlebnikov in de verte, de ijsschotsen, de hoge berg achter ons. Er zijn geen woorden voor.
"Aan het werk, jongens", roepen we mekaar toe.

De slaaptent moet zo vlug mogelijk opgesteld worden. Alhoewel de zon nooit helemaal zal ondergaan, moeten we zo snel mogelijk beschutting hebben. Het weer kan in een paar minuten omslaan, zo hebben ze ons verteld. We effenen de grond en leggen een geraamte van dikke balken uit. Die nagelen we aan mekaar vast en leggen er isolatiemateriaal tussen. Daarboven komt een groot plastiek vel en een planken vloer. Op de rand vijzen we een aluminium rail waarop de hoepels, het geraamte van de tenten, worden vastgemaakt. We spannen de twee zijflappen op en spreiden de dubbel geïsoleerde tentzeilen over de hoepels. Het is allemaal vlugger gezegd als gedaan. De slaaptent meet zo'n vier bij acht meter en we werken met zijn allen tezamen om in vier uur die ene tent in mekaar te steken. Het is twee uur in de morgen en onder een middernachtzon in een lichtblauwe hemel, zien we, met een wee gevoel in onze maag, de boot vertrekken. Vanaf nu zijn we alleen op het meest geïsoleerde eiland van Moeder Aarde, alleen met zijn negenen, op een goeie tweeduizend kilometer van de bewoonde wereld. Als er nu iets verkeerd gaat, is redding niet meer mogelijk... Maar niemand laat zich ontmoedigen. We steken de primitieve veldbedden in mekaar en spreiden er dikke mousse matten op. Alle bedden staan netjes op een rij, met een paar zakken persoonlijke bagage ertussen in. Mijn bed staat vlak bij de ingang van de tent. We rollen onze poolslaapzakken uit en kijken mekaar aan. Het is midden in de nacht, wat gaan we nu doen?
"Slapen", beveelt Ralph met een zucht.
"Slapen...", echo-t Bob.

20-02-07

De Amerikaanse Geheime Dienst is al!

 

Islamabad, 14 september 2001

 

Geeuw!

Weer een coördinatie-vergadering voor de verschillende VN-agentschappen in Pakistan.. Sinds 9/11, drie dagen geleden, hebben we er zo één elke morgen. En ze ratelen maar door en door en door... Dingen die allemaal belangrijk zijn, zonder twijfel, maar niet speciaal voor mij. Ik heb geen specifieke zeg in die vergaderingen, omdat mijn team enkel logistieke steun geeft, meer niet. Dus zit ik in een hoekske, en probeer me wat weg te steken tussen de andere meubels.

 

Ik wist precies hoe dit allemaal ging verlopen. Twee vliegtuigen crashen in de New York World Trace Center en de boel hier in Centraal Azië ging op stelten staan. De morgen na 9/11 waren de meeste mensen die hier vandaag in de vergadering zitten, nog in een ontkenningsfase. Ze beseften niet hoe die gebeurtenissen in Amerika hun leven de volgende weken, maanden, jaren, grondig ging veranderen. Typische ontkenning van de feiten, tot het hen in het gezicht sprong. Vandaag, drie dagen later..

 

Er was geen ontkennen meer aan! De feiten waren overduidelijk. Pakistan en Afghanistan waren nu continue in het nieuws, met de werelds grootste televisie- en nieuwsstations die allemaal kamp opzetten in Islamabad.

 

Het moet natuurlijk juist passen dat, toen 9/11 gebeurde, we hier in Islamabad een opleidingscursus gaven voor onze medewerkers uit Afghanistan. Gisteren hebben we hen opgepikt van hun hotel, om hen eens op een goed etentje te trakteren in één van de sjiekste restaurants van de stad. Die van het Marriott hotel. Terwijl we voorbij het hotel reden, zagen we de file op de oprit. Een file van kleine lokale taxietjes, met elk een reuze-satellietschotel op hun dak vast gesjort. De schotels waren drie keer zo groot als hun kleine karretjes. Elke schotel had stickers van de grote TV zenders: CNN, BBC, SKY, AFP, Fox, Al Jazeera, ITN, ITV, RAI.. Ze waren er allemaal. Het plat dak van het hotel baadde in een hel licht van alle schijnwerpers die her en der verspreid stonden, met in de focus van het alles, de beruchte speakers van die zenders. Allemaal kwamen ze live in de lucht: ‘Live from Islamabad’, met de lichtjes van de stad op de achtergrond.

 

De aankomst van al die internationale pers was weer eens een bewijs dan onze levens hier grondig gingen veranderen. Het ging allemaal verdraaid slechter worden... Zodoende had ook de houding van de mensen in de coördinatievergadering een draai gekregen. Van ontkenning tot een staat van paniek. De toon van de vergadering vandaag verschilde dan ook grondig bij die van gisteren.. Nerveus...

 

Geeuw.

Mijn gedachten gaan weer hun eigen gangetje.. Ik denk aan onze medewerkers uit Afghanistan. Hoe ze tijdens ons dineetje gisteren vertelden over hun familie in Mazar, Kabul, Faizabad, Jalalabad... Hoe ze zich zorgen maakten over hen. Ze stelden zich vragen hoe ze terug thuis zouden geraken, nu alle internationale VN stafmedewerkers uit Afghanistan waren geëvacueerd, en alle VN vluchten van Islamabad naar Afghanistan waren afgelast.

 

Ergens hoorde ik een verandering van toon in één van de stemmen in de vergadering. Eén van de dames van een ander VN agentschap begint te fluisteren. Ik concentreer me weer op wat er gezegd wordt.

Ze leunt naar voor, over de tafel en fluistert, alsof ze een groot geheim vertelt:

 

“Ja, ik weet dat we hier problemen gaan krijgen!”, lispelt ze. “De Amerikaanse Geheime Dienst zijn hier al toegekomen. Ik zag ze gisterenavond.”

Allez, dat was nieuws voor mij!

    

“Jaja, ik heb ze gezien, gisterenavond in het Crown Plaza hotel, hier om de hoek!”, vervolgt ze.

“Tiens”, bedenk ik me, “dat is waar we gisterenavond onze Afghaanse vrienden hebben opgepikt.”

 

“Ze waren met zijn vieren! Ze reden met een witte 4x4 zonder enige kentekens!”

“Toeval, hé”, denk ik zo, “Gisterenavond waren we ook op pad met zo’n wagen. We reden met een kleine Landcruiser, en het embleem van ons agentschap was er afgevallen.”

 

“Er was één normaal gebouwde kerel, en drie kleerkasten van venten die achter hem liepen. Eén was een zwarte. Allemaal met safari-vesten aan, kaki-broeken, en met walkietalkies aan hun broeksriem.”

Hmmm.. Robert, Martin en Terah waren mee met mij. Terah is van Uganda. Alle drie zijn het nogal zware gasten.. We hadden allemaal een safarivest aan, en ja, onze kaki broeken, zowat ons ‘veld-uniform’.

 

“Ze zeiden niks. Keken rond in de receptieruimte van het hotel, pikten een stuk of wat lokale zware jongens op, en reden weer weg. Amerikaanse geheime dienst, zeker van.”

“Jamaar, gisteren hadden we daar onze Afghani vrienden opgepikt. Ja, maar...”

 

Ik sta recht. Kuch uitdrukkelijk, en steek mijn hand omhoog. De dame stopt met babbelen, en kijkt naar mij alsof ze een spook ziet. Ze steekt haar arm uit en wijst mij aan met een bevende vinger. Ze zegt niks, staat daar maar te wijzen, en na een paar seconden begint ze te blozen... Iedereen in de vergadering kijkt op en draait het hoofd in de richting van de wijzende vinger. Daar sta ik, aan de andere kant van die vinger, in mijn hoekske met mijn safari vest, kaki broek en walkietalkie aan de broeksriem. Ik weet niet echt wat te zeggen, en glimlach een beetje onschuldig. Iedereen in de vergadering gaat onder de tafel van het lachen.

 

Sedertdien gaat het gerucht de ronde dat de Belgische Geheime Dienst ook in Islamabad is toegekomen..

16-02-07

TV censuur op zijn pakistaans

 

.

.

.

.

.

.

Dit is een vertaling van het verhaal Islamabad stories#1: TV censorship op mijn engelstalige site

Toen ik naar Pakistan verhuisde, was er niet veel te doen 's avonds in Islamabad. Wat rondhangen in het hotel, een beetje lezen of TV kijken. Het viel mij op dat regelmatig, de uitzending onderbroken werd en een test-scherm opkwam. Ge weet wel, zo één met van die kleurpatronen... Alsof er een technisch probleem was in de TV studio (gelijk dat den BRT er vroeger veel had, in den tijd van den BRT).

Soms was het voor uren dat alles OK ging, en soms verscheen het testbeeld om de paar minuten. Het gebeurde zomaar, in het midden van een uitzending, soms in het midden van een film, soms tijdens een documentaire, of tijdens een episode van een soap. Het leek me een mysterie.

Na een tijdje echter, merkte ik op dat het testbeeld meestal opkwam telkens er een 'gevoelige' scène was, waar een beetje 'vlees' werd getoond, een beetje bloot. Een dame in een kort rokske, iemand die zijn pull af deed, twee mensen die kusten. Ik dacht dat dit geen toeval meer kon zijn. 

Het was raar, en plezant om te zien, en soms frustrerend bijvoorbeeld in sommige episodes van soaps zoals 'Silk Stalkings'. Ge kent dat wel, zo'n pseudo-detective serie, waar de 'goeie', allemaal madammekes van 19 waren met benen tot aan hun oksels, korte rokskes en diepe decolletés. Er waren daarin zoveel scènes waar een beetje 'vlees' te zien was, dat er meer testbeeld dan film op het scherm kwam. Om de tien seconden weer, BLOEP, testbeeld. Zelfs tijdens de introductie-spot met de namen van de acteurs enzovoorts: Eén van de goeie stapt uit haren auto (een sjieke sportslee natuurlijk, en met haar kort rokske -wat zoudt ge peinzen!), en BLOEP. Eén van de goeie leunt een beetje te veel naar voren en een streepje beha was te zien, BLOEP. Of één van de goeie kust haar vriend. BLOEP, weer van dadde. En telkens weer het kleurbalkscherm, en telkens werd het geluid afgesneden ook. Dah ! Irriterend tot op het niveau dat ik de draad van het verhaal verloor. Te veel test-beeld.

Het was me een mysterie hoe het TV station dat deed. Ik dacht dat ze een wreed gesofistikeerd systeem hadden bedacht waarbij een digitale code op de beeldband automatisch het testbeeld genereerde. Maar ik zag ook dat er veel variaties kwamen in 'de graad van vlees' die er geBLOEPt werden. De ene keer was een kus op de wang al genoeg, en de andere keer ging er zelfs een tongkus door zonder al te veel te BLOEPen. Soms was het genoeg om een dame in beeld te krijgen met twee knoopjes los van de decolleté (als je dan al van een décolleté kunt spreken), en soms ging er een scène door met iemand in zijn slipke.

Op een bepaalde avond, zonden ze 'Pretty woman' uit, ge weet wel met Julia Roberts die een hoertje speelt, en Richard Gere die op haar verliefd wordt. Ja jongens! Schandaal aan de paal! De GANSE film ging er door zonder ook maar één BLOEP. Echt waar! De GANSE film. Ik weet niet of je die film al gezien hebt, maar er zitten toch een aantal pikante en aldanniet suggestieve scènes in. Shocking gewoon! Ik bedoel, naar de lokale normen ginder! (wij zijn natuurlijk meer gewoon hier met 'Open en Bloot', 'Sex advisors' en hoe noemt dat weer 'Seduction Island', van die toestanden. Maar voor ginder achter?!?!

Maar, maar, op een goeie dag kwam ik achter het geheim. Eén van de mensen uit mijn team die moest naar de TV studio voor een technisch werkje, en die ontrafelde het raadsel van de BLOEP. In één van de kamers van de studio zat een rijtje dames. Elk had twee schermen voor zich, en een grote rooie knop. Op één scherm bekeken ze het beeld zoals het binnen kwam via de satelliet of de beeldband, en op de andere zagen ze wat ze lokaal uitzonden. Er was één dame voor elk TV kanaal dat lokaal in de ether kwam. Telkens als er een 'tricky' scène kwam, duwde een dame op haar grote rooie knop, en een BLOEP werd uitgezonden. Ze konden op het tweede scherm kontroleren dat de BLOEP inderdaad de ether inging (ge kon wel peinzen wat een zwaar probleem het zou zijn als na twee maanden zou blijken dat één van de knoppekes kapot was!). En het was duidelijk dat de ene dame al heel wat toleranter was dan de andere dame. Mijn collega vertelde me dat sommige dames hun werk duidelijk met veel enthousiasme deden, en telkens er een beetje 'vlees' werd getoond, met een luide smak de rooie knop induwden. Zo van 'nah, hier zie, niks daarvan. Geen bloot. En hier zie, nog een keer BLAF op dien knop. En nog een keer BLAF, da gaat hen leren'. En de andere waren wat meer aarzelend, terwijl ze twijfelden of ze het er gingen doorlaten of niet..

Er was ook geen vervanging voor die 'censuur'-dames als ze een keer piepie gingen doen. Sommige lieten tijdens hun plaspauze zomaar het beeld lopen, en anderen blokkeerden de censuurknop zodat voor de volgende vijf of tien minuten een BLOEP werd getoond.

Waarschijnlijk was de dame die 'Pretty Woman' erdoor liet, gewoon ziek die dag. Of misschien was ze wel betaald met 'baksjish' (geld onder de tafel) om alles door te laten.

Het gerucht deed de ronde dat één van de studiotechniekers een videorecorder had aangesloten op de rooie knoppen die automatisch het binnenkomend beeld begon op te opnemen telkens een blootscène werd geBLOEPt. Hij zou die tapes dan thuis kopiëren en verkopen. Zo van 'the best of', of 'Wat U nooit zag en enkel maar kon raden'... Maar dat waren allemaal maar geruchten, want na lang zoeken heb ik nooit één van die tapes gevonden op de markt. Zelfs niet op de zwarte markt..!

 

 

 

 

 

 

 

(De foto met het vliegend ezeltje kreeg ik van mijn bloedbroeder Mark. Meer van zijn reisfoto's vind je op http://www.on4ww.be )

12-02-07

De dag dat men mij deporteerde uit de USA

 
Dit is een vertaling van een kortverhaal uit mijn eBoek: The Road to the Horizon.
 
Lente 2003. Net na het begin van de oorlog in Irak.
Washington Dulles internationale luchthaven.
Aan het immigratieloket
 
hij: Waar komt u vandaan meneer? (terwijl hij door mijn paspoort duimt, en kijkt naar de talrijke stempels in een Arabisch geschrift)
ik: Ik kom net aan uit London Heathrow, maar dat was een transit. Ik vertrok uit Caïro in Egypte.
hij: Hoe lang bleef je in Cairo?
ik: een dag.
hij: Waar was je daar voor?
ik: In Jordanië
hij: En hoe lang verbleef je daar, dan?
ik: Ook een dag
hij: Waar was je voor dat?
ik: Irak
hij: ?!?!
ik: Baghdad, Irak. Ik werk voor de VN, zie je.
hij: Heb je vliegtuigtikketten om dat te bewijzen?
ik: Nee, ik vloog met een vliegtuig van de VN. 
hij: Ik zie geen immigratie stempels van Irak in je paspoort.
ik: Nee, er is geen immigratiedienst in Irak. De amerikaanse militairen bezetten de luchthaven, en checken de passagiers, maar dat is al. Er worden geen stempels uitgedeeld.
hij: OK, hoe lang was je daar, dan?
ik: Een week.
hij: <zucht> Waar was je voor langer dan een week? Waar woon je eigenlijk?
ik: Wel, mijn residentie is nog altijd in België, maar het meeste van mijn tijd breng ik door in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten.
hij: Wat doe je daar?
ik: Ik ben het hoofd van het kantoor voor een VN agentschap. Ik heb de status van een ambassadeur.
hij: Kun je dat bewijzen?
ik: Tuurlijk. (Ik toon hem mijn diplomatisch kaart van het Ministerie voor Buitenlandse Zaken van de VAE
hij: Hoe lang woon je al in Dubai?
ik: Twee jaar
hij: En voordient?
ik: Ik pendelde tussen Pakistan en Afghanistan.
hij:
hij: (na twee minuten tikken op zijn komputer) Kunt u eventjes met mij meekomen, meneer?
ik: ?!
 
Een halfuur later, in een aparte kamer met 'andere lotgenoten':
hij#2: Mr Keyscher (?) (mijn familienaam is moeilijk uit te spreken in het engels)
ik: Ja, meneer, dat ben ik.
hij#2: Goeienavond, wat is het doel van je bezoek aan de VS?
ik: Ik werk voor de VN. De VN veiligheidsdienst vroeg me om een vergadering voor te zitten in de Wereldbank, hier in Washington.
hij#2: Bent u op een officiële missie?
ik: Jazeker.
hij#2: Heeft u daar een bewijs van?
ik: Tuurlijk. (Ik start mijn komputer op en toon hem de uitnodiging die via Email opgestuurd was)
hij#2: Waar gaat die vergadering over?
ik: Het gaat over de VN humanitaire hulp in Iraq. Specifiek over de coördinatie van de noodhulp tussen de verschillende agentschappen van de VN.
hij#2: Hoe lang wilt U in de VS blijven?
ik: Ik vlieg terug morgen middag. Minder dan 24 uur, dus.
hij#2: Waar vlieg je naar toe?
ik: Naar Dubai
hij#2: Heb je nog identificatie-papier bij je, buiten je Belgisch paspoort?
ik: Ja ik heb nog twee reispaspoorten van de VN.
hij#2: Blauwe of rode? (de rode zijn de diplomatisch paspoorten)
ik: Ik heb beiden (ik geef ze aan hem)
hij#2: Waarom reist U met Uw Belgisch paspoort, terwijl U VN paspoorten heeft?
ik: Het is gemakkelijker. Ik heb geen visa nodig voor de VS als ik mijn Belgisch paspoort gebruik. Dit is wel het geval met de VN paspoorten.
hij#2: Neemt u even plaats, meneer. Er komt zodadelijk iemand naar u toe.
 
Een half uur later:
hij#3: Mr Keyscher?
ik: That is me!
hij#3: Het spijt me, meneer, maar we kunnen U niet toelaten tot de VS.
ik: ?!?! Waarom niet?
hij#3: U probeert de VS binnen te geraken met uw Belgisch paspoort. Maar dit paspoort is niet geldig om toegelaten te worden.
ik: Waarom niet? Ik was nog in New York twee weken geleden. Ik vlieg drie-viermaal per jaar naar de VS. Ik gebruik altijd dit Belgisch paspoort.
hij#3: Het spijt me, maar de regels zijn veranderd. Vanaf vorige week moeten Belgische paspoorten leesbaar zijn met de machine..
ik: ?!?!
hij#3: Ze hebben een strip nodig, onderaan de voorpagina waarmee we uw gegevens kunnen lezen met een OCR machine.
ik: Niemand heeft me dat gezegd. Ook niet toen ik twee weken geleden nog door de immigratie in New York ben gegaan.
hij#3: Het spijt me, maar ik maak de regels niet. En de regels zijn vorige week veranderd. We kunnen u niet toelaten tot de VS
ik: Maar ik ben op een diplomatieke missie. Ik heb een diplomatiek status. U heeft mijn diplomatieke paspoorten.
hij#3: Het spijt me, dat is allemaal irrelevant. Vorige week nog stopten we een minister van buitenlandse zaken van een land in het Midden-Oosten. Hij had de nodige papieren niet.
ik: Kan ik met de supervisor van de dienst hier spreken?
hij#3: Ik ben de supervisor hier, meneer.
ik: Kan ik dan met uw baas spreken, a.u.b.?
hij#3: Ik ga hem eventjes bellen. Een momentje.
 
Na 15 minuten aan de telefoon met de baas van de baas:
hij#3: Het spijt me, we kunnen U niet toelaten tot de VS. Ik roep zo een verantwoordelijke van British Airways om te zien of ze een plaats hebben op de retourvlucht met het vliegtuig waarmee u daarnet toegekomen bent.
ik: U verstaat toch dat ik drie dagen gereisd heb, van Irak naar hier. Kan ik iemand bij de VN in New York bellen, die borg voor mij kan staan?
hij#3: Nee, meneer, onze beslissing is definitief.
ik: Kan ik iemand bellen om hen te laten weten dat ik niet op de vergadering zal zijn? U moet weten dat er twintig mensen van evenveel VN agentschappen op me zullen wachten. Ik moest die vergadering voorzitten. 
hij#3: U kunt 1 telefoontje maken, maar enkel een lokale oproep. Hier is de telefoon.
ik: Kan ik mijn mobiele telefoon dan gebruiken? Ik moet mijn collega bellen, maar die is van ons kantoor in Rome, en is al hier in Washington. Ik zou dus zijn Italiaans mobiel nummer moeten bellen.
hij#3: Het spijt me, U mag hier uw mobiele telefoon niet gebruiken.
 
Ik probeer met een lokale lijn mijn collega, Gianluca, te bellen op zijn hotelkamer in Washington, maar krijg geen respons.
ik: (zucht) Euh, wat nu?
hij#3: Komt U mee met mij? We moeten uw foto's en vingerafdrukken nemen.
ik: ?!?!
 
Vier foto's (van verschillende kanten), en tien vingerafdrukken later:
ik: Mag ik eventjes naar het toilet
hij#2: Zeker.
 
Een gewapende agent escorteert me naar het toilet en blijft aan de deur staan. Ik ga zitten op de bril, en neem mijn mobiele telefoon uit mijn zak, om Gianluca te bellen. Ik leg hem fluisterend uit wat er gebeurd is, en geef hem een vlugge briefing over mijn input voor de vergadering. Na een minuut bonkt de bewaker op mijn toiletdeur en roept "Het is tijd. Genoeg!"
 
Terug in het screening kantoor babbelt de British Airways verantwoordelijke met 'hij#3'
zij: Ik heb zijn bagage al opgepikt. Maar de terugvlucht zit goed vol.
hij#2:
ik: Wat gebeurt er dan als ik niet op de terugvlucht kan?
hij#2: Dan moeten we u opsluiten tot u een terugvlucht heeft. U heeft een ticket voor morgen, dus zullen we u voor een nacht moeten opsluiten.
ik: ?! Opsluiten?
hij#2: Ja. Opsluiten.
zij: Ik ga mijn best doen, meneer Casier.
hij#2: Mag ik al je ticketten?
hij#2 steekt mijn drie paspoorten en al mijn ticketten, inclusief die voor mijn vlucht naar Dubai in een verzegelde envelop.
 
Een half uur later komt de BA verantwoordelijke terug.
zij: Goed nieuws, ik heb een seat voor u op de terugvlucht.
ik: Dank U. Dank U!
hij#2: We escorteren u naar het vliegtuig.
ik: Mag ik mijn paspoorten en tickets a.u.b.?
hij#2: Nee. U zult die terugkrijgen in Heathrow. Op die manier zijn we zeker dat U het land uit bent. U moet ook weten dat de volgende keer dat u de VS wilt binnenkomen, U geen gebruik meer kunt maken van het visa waiver programma. U zult een visa nodig hebben. Tevens zullen de immigratiemensen aan het loket niet meer de toestemming hebben om U toe te laten. U wordt dus telkens apart ondervraagd telkens U het land wilt binnenkomen.. U moet dit papier ondertekenen om te bevestigen dat U dit verstaan heeft.
ik: Heb ik een keuze om niet te tekenen? Kan ik daartegen beroep aantekenen?
hij: Neen meneer, deze beslissing is definitief.
ik: voor hoelang blijft deze beslissing geldig? (ik teken de papieren)
hij#2: Voor altijd. Eens U gedeporteerd bent, kunt u nooit meer binnen in de VS zonder de procedure om een visa aan te vragen en bij het binnenkomen ondervraagd te worden. Uw escorte is hier.
 
Twee gewapende agenten nemen me mee naar buiten, via een zijdeur. Het is intussen nacht geworden. Het regent. Een geblindeerde bestelwagen wacht op me. Nog meer gewapende agenten. Ik zie sigarettenpeuken op de grond.
ik: Het spijt me, maar ik vloog vanuit Cairo. Niet rokers. Voor vier uur naar Londen. In Londen had ik geen tijd voor een sigaret. Dan nog eens zes uur trans-Atlantisch en twee uur hier. Mag ik a.u.b. vlug een sigaretje roken?
hij#4: (kijkt naar hij#5, hij#6 en hij#7) OK.. Een vlugge sigaret dan.
ik: Dat is het enige goeie nieuws dat ik kreeg sedert ik hier geland ben. Dank je!
 
Met zijn vieren escorteren ze me tot in het vliegtuig. Er zijn nog geen andere passagiers. Ze blijven naast me staan terwijl ik plaats neem, en fluisteren tegen de stewardess en de kapitein van het vliegtuig. Ze kijken naar mij. Ik voel me net als een crimineel. 
 
Zes uur later stap ik uit het vliegtuig in Londen. Ik krijg de envelop terug met mijn papieren, en teken voor ontvangst. Mijn vlucht naar Dubai vertrekt in twee uur. Ik moet dringend een sigaret, en bel nog eventjes naar Gianluca... Wat een dag! Wat een week!
 

11-02-07

De eerste expeditie. Hoe het allemaal begon.

Dit is een stukje uit mijn eBoek Verslaafd aan de Horizon

 

fo0ci_morning view of beach

16 Januari. 06h30 in de morgen.

De telefoon rinkelt ergens in de verte. Het antwoordapparaat neemt op. Half slapend hoor ik een aarzelende stem in het engels een boodschap inspreken. In het donker tast ik naar de telefoon naast het bed en prevel: "Hello, Peter..."

De engelse stem aarzelt en is duidelijk verward.

"Peter, eeeuh, dit is Jay Kobelin van de Clipperton expeditie". Ik ben geen ochtendmens en heb wat tijd nodig om wakker te komen. Jay ratelt maar door en het duurt eventjes voor ik door heb waar het allemaal om gaat.

"Een momentje, Jay, laat me eventjes wakker worden".

Terwijl ik met de telefoon in de hand naar mijn werkkamer strompel begint mijn brein te werken. Een goeie maand geleden las ik dat de radioamateur-expeditie naar Clipperton, een godverlaten eiland in de Stille Zuidzee, nog expeditieleden zocht. Ik zond een briefje met mijn referenties en wat persoonlijke gegevens naar Jay Kobelin, de expeditieleider.

Diezelfde Jay had ik nu aan de telefoon, en met een flits word ik klaar wakker. "Ja Jay. Clipperton, juist?", zeg ik en zet me schrap

"Inderdaad. Je had dus geschreven om je kandidatuur te stellen, en dat komt goed uit. We zoeken nog een drietal expeditieleden. Een aantal mensen hebben afgezegd. Luister, dit is het plan: we vertrekken op 28 februari vanuit Cabo San Luca in Mexico, met een gecharterde Amerikaanse sportvissersboot, de Cheerokee Gheisa. De tocht naar Clipperton zal een viertal dagen duren. Er is een achtkoppige bemanning aan boord, en die is ook verantwoordelijk voor de landing op het eiland, en het vertrek vanop het eiland", legt Jay uit.

"Een sportvissersboot?!?! ", vraag ik - ik zie mezelf al dobberen op de wijde oceaan, op een minuscuul bootje, tussen de pletsende vis.

"Ja, maar ééntje van 30 meter en 1000 pk", grinnikt Jay, "moet groot zijn; we nemen vier complete radiostations mee en gaan een tiental antennes opzetten.", vervolgt Jay, "Anyhow, ons grootste probleem is dat het charteren van de boot een goeie 65.000 dollar kost. Elke deelnemer betaalt 5000 dollar. Ga je mee?", ratelt hij in een zucht.

"Ja", antwoord ik.

Na het telefoontje zit ik nog wat na te soezen, en kijk naar mijn notities die ik op allerhande stukjes papier bijeengekrabbeld heb. Clipperton... Clipperton heeft me altijd iets gezegd. Het is alsof ik altijd wist dat ik ooit naar die verlaten stip in de Stille Zuidzee zou trekken. Alsof er een stukje van mijn bestemming lag. Volgens mijn hanepoten op de papiertjes, is het vertrek op 28 Februari, binnen een goeie maand dus, vanuit Cabo San Luca in Mexico, voor een boottocht van drie tot vier dagen, anderhalve week op het eiland en dan terug naar Cabo. "Deelname in de kosten", zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen, te betalen in twee schijven van 2500 dollar elk.

Niet niks, maar ik ben mij altijd blijven herinneren wat een ouwe man mij ooit vertelde (ik was in Spanje zuidwaarts aan het liften, en hij gaf me een lange rit): "Peter, toen ik jong was, had ik de fysische konditie en ambitie om van het leven te profiteren, maar ik had het geld niet. Mijn ganse leven heb ik gewroet om het geld bij mekaar te krijgen. Nu ben ik oud, heb het geld, een villa in Duitsland en een villa in Majorca, maar mijn lichaam wil niet meer mee en ik kan niet meer van dat geld genieten. Profiteer van het leven terwijl je jong bent. Werk niet in functie van de dag van morgen, maar leef vandaag." Dat is een beetje mijn levensfilosofie geworden. Met die ingesteldheid had ik ook aan de telefoon onmiddellijk 'Ja' gezegd toen Jay me voorstelde mee te gaan.

's Avonds vertel ik mijn vriendin: "Lieveke, je weet wel dat ik altijd wel eens met een grote expeditie mee wou gaan?, Ewel, ik heb nu de kans..." Enzovoorts... Praktisch als Tine is, begint ze me allerlei vragen over het eiland te stellen. Vragen waarop ik geen antwoord weet. Tja wat weet ik dan wel? Clipperton ligt een vijftienhonderd kilometer uit de kust van Mexico, behoort tot Frans Polynesie, het is verlaten, en er staan palmbomen op. En daar stopt mijn kennis... Ghis, een vriend radioamateur die veel mensen uit het radiowereldje kent, geeft me het telefoonnummer van Alain Duchauchoy door. Alain was de organisator van de eerste grote Clipperton expeditie in 1978. Ghis heeft nog wat foto's van die expeditie liggen, en ik kan de drang niet weerstaan om in de wagen te springen en die op te halen: een kaal atol, met hier en daar een bosje palmbomen, een verwoeste nederzetting, grote vogelkolonies en massa's landkrabben.

Ik geraak niet uitgekeken op dat boekje met foto's . Het lijkt op een droom, een filmpje op de televisie. Zou het voor mij mogelijk zijn, om zo iets speciaals mee te maken? Al was het maar één keer, één keer in mijn leven uit de sleur stappen? Eén keer iets echt krankzinnigs te doen, een enkele keer aan de andere kant van een documentaire op de televisie staan?

 

09-02-07

Kijk ook eens.

nice sunset in pacific

 

 

 

Lees mijn nederlandstalig eBoek over mijn expedities naar Antarctica en de Stille Zuidzee: http://verslaafdaandehorizon.blogspot.com

Voor alle engelstalige kortverhalen over het leven als ontwikkelingshelper in verre streken, over expedities naar Antarctica, zeilen over de Atlantische oceaan, hinderlagen in Burundi en het veroveren van bergen in Afghanistan, ga naar: http://theroadtothehorizon.blogspot.com

Veel leesgenot!