27-03-07

Schatje, ik ben thuis iets vergeten!

Ooit hadden we een canadees team die de sneeuw ruimde in de afgeleden gebieden van Afghanistan. Ze kampeerden in tenten, geisoleerd van de buitenwereld. Elke dag opnieuw, trokken ze de bergen in met sneeuwscooters om lawines te forceren met explosieven zodat onze voedselkonvooien door de bergpassen konden geraken. Op een goeie dag stuurden ze me deze foto, zonder enige tekst. De boodschap was duidelijk!

Foto: Jean-Philipe Bourgeois

23-03-07

De russen zijn terug in Afghanistan!

(Kort nadat de Noordelijke Alliantie de Taliban uit Kaboel verdreef)

We rijden in een konvooi Bagram naar de Kaboel. Vlak voor een platgebombardeerde brug staat een file. Er is een omweggetje langs de brug, door de rivier, maar een defecte tank blokkeert alles. Voor ons staan wel twintig militaire vrachtwagens uit Rusland. Ik stap uit mijn wagen en merk op dat de trucks allemaal van Emercom zijn: het russisch nood-interventie team..

Ik babbel met hun konvooi-commandant en grap met hem: "Zo, jullie russen zijn terug in Afghanistan, he? Laat ons hopen dat jullie hier een beetje meer succes hebben dan de vorige keer dat de russen hier waren! Hahaha".

Hij kon er niet mee lachen...

Andere verhalen over Afghanistan vind je  hier.

08-03-07

Cannabis in het wild en 'Oh Baby'!

In de tijd was ons kantoor in Islamabad - Pakistan gevestigd in een gebouw dat ‘Saudi-Pak’ heette. Op het eerste (en tweede, en derde) gezicht leek het een rare bedoening, Saudi-Pak. Raar in een goeie zin. Hoekig en zonder vensters, met een soort sobere en toch barokke dessin had het een sterk oosterse flair. Zelfs als ik het gebouw nu nog op foto zie, komen er een pak herinneringen naar boven..

 

 

Cannabis in het wild.

Voor je de parking kon oprijden, moest je door een controlepost, waar je wagen werd onderzocht voor bompakketten en van dat soort moois. Dat veroorzaakte altijd een file ’s morgens als iedereen naar kantoor reed. Het was maar vijf minuutjes van mijn kamerflat, tot bij het gebouw, maar vaak een kwartier om door de controlefile te geraken.

Naast de oprit van de parking lag een braak stuk land, waar het onkruid weelderig tierde. Er stonden ook verschillende grote borden met de namen van diverse organisaties die in ‘de toren’ gevestigd waren. Op een goeie dag, in de file, viel mijn oog op één van de reclameborden. ‘Nee, dat kan niet’, dacht ik eerst. Maar toch. De wilde cannabis was zo hoog opgeschoten dat al half het bord van het VN Drugscontrole Agentschap was overwoekerd. Hoe symbolisch, nee? Hoe kun je drugs onder controle houden in een land waar zelfs je eigen reclamebord wordt overgroeid met bloeiende hash-takken van twee meters hoog?

 

De gardes met oranje baarden.

Nee, nee, het is geen sprookje! Wij hadden echt gardes met oranje baarden. Zo van dat fel rood-oranje haar uit de zeventiger punkjaren, waar we nog in vuilniszakken en sluitspelden rondliepen.

Onze gardes stonden allemaal aan de ingang van het gebouw, want na de controle van de wagen, moest je natuurlijk ook een body-search door onze gardes ondergaan. Pakistaanse versies van Kabouter Plop, dacht ik soms. Met oranje baard dan. Ze waren ook allemaal goedgeaard. De meeste waren militairen of politieagenten op pensioen. Het oranje kwam van de henna die ze gebruikten om hun haar en baard in te smeren, en zo de grijze haren te bedekken. “Grijs is uit, oranje is in”, bij onze Kabouter Plops. Er was er niet  één bij die Engels verstond.

Iedereen moest door de grote metaaldetector, en werd daarna nog eens met een handdetector gescand. De Plop-brigade deed het allemaal met een lach. Zo’n onschuldige glimlach van “jaja, we weten wel dat het allemaal nutteloos is, en een drukte veroorzaakt, maar onze baas zegt nu eenmaal dat we dit moeten doen”. Ik had altijd van alle soorten ‘biep’-grage dingen in mijn safarivest. Telkens de handdetector ergens biepte, tikte de garde met de detector op die plaats, stak zijn kin naar voor, en dan zei ik wat er in zat. Enfin, het maakte niet uit wat ik zei, want ze verstonden me toch niet. Ik sprak hun taal niet, en zij verstonden niks Engels. Hun enige antwoord was telkens weer een glimlach, en het optrekken van de wenkbrauwen.. Zo van “Ah ja, natuurlijk.” Dus maakten we er vaak een grapje van. Uit verveling. Onze stille gemene wraak na een kwartier file: “Biep”- tik – kin – “Een machinegeweer”- wenkbrauwen en “Ah jaaaa, natuurlijk”.  “Biep”- tik – kin – “Een granaat”- wenkbrauwen en bevestiging: “Ah jaa, natuurlijk”. Telkens weer. Onze dagelijkse slapstick. En vaak gingen we wedijveren met mekaar: “ik kreeg er een raketlanceerinstallatie door, vanmorgen!” – “Oh, maar ik heb een tank binnengesmokkeld!”

 

Oh Baby!

De Saudi-Pak toren was hol vanbinnen. Alle kantoren lagen langs de buitenmuren, en creëerden zo een massieve hal in het midden van het gebouw. De hal strekte zich verticaal door het gebouw, verschillende verdiepingen hoog. Die grote holle ruimte hielp wat met de luchtcirculatie, want het kon echt heet en vochtig worden, tijdens de zomermaanden. Het gaf ook een speciaal effect, want klimop en bloeiende slingerplanten groeiden langs de muren van de hal. (Nee, geen cannabis deze keer)

Eén nadeel van die holle ruimte was wel dat het minste lawaai ettelijke keren versterkt en geëchood werd. Vaak een hels kabaal..

Op een avond laat zat ik alleen op kantoor mijn dagelijkse portie van Email te verwerken. Ik had de muziek heel luid gezet, met een goeie subwoofer bas. Ik was vergeten de deur van het kantoor te sluiten, en de muziek moet de hal doen daveren hebben... Ik verschoot me rot toen ik opkeek van mijn scherm en verschillende hoofden van Kabouter-Plops-met-Oranje-Baarden door het deurgat zag steken.. De gardes van de gelijkvloers kwamen kijken wat dit kabaal allemaal was... Ze kwamen aarzelend mijn kantoor binnen. Ik stak mijn duim omhoog met een vraagteken op mijn gezicht, om te vragen of het ‘OK’ was. Gebarentaal brengt je overal als de gesproken taal niet gaat.. Ze glimlachten en staken ook hun duimen omhoog. Het was OK. Het was meer dan OK, want om te tonen dat ze het *heel* leuk vonden, die muziek, begonnen ze mee te bewegen op de langzame ritme van de muziek, en neurieden met hoge tonen alsof ze een goddelijk gezang aanhieven. Misschien herinnerde het hen aan de hoge tonen van de muezzin die vijf keer per dag vanop de minaret tot gebed riep..

Het was een mooi zicht. Een half dozijn bejaarde gardes, allemaal met hel henna-oranje baarden en haardos en een diepbruin getaand en gegroefd gezicht, stond schouder aan schouder, het machinegeweer in de hand, zacht te wiegen op de slow van Faith Hill: “Let’s make love tonight”:

 

Let's make love,

all night long !

Until all our strength is gone!

Hold on tight,

just let go!

I want to feel you in my soul

Until the sun comes up…

Let's make love !

Oh, baby, baby

 

Yep, oh, baby, baby! Dit moet het levende bewijs geweest zijn dat muziek universeel is, en iedereen tot in een goeie stemming brengt. Ik denk dat de VS dat maar eens met de Taliban moet proberen!

 

Foto krediet: cannabisculture.com (cannabis plant), Zootstar (man met baard)

 
Dit is een vertaling uit het eBoek The Road to the Horizon

 

23-02-07

Landing op Antarctica

Dit is een stukje uit mijn eBoek 'Verslaafd aan de Horizon'
 
29 januari 1994, 13 u 00.
We hebben onze bagage reeds min of meer gepakt en lopen rond met onze walkietalkies in de hand. Ietwat misnoegd, want de mist klaart niet op. Vanop de brug van onze boot, de Kapitan Khlebnikov, zien we grote ijsschotsen langs ons voorbij drijven. Sommige zijn tientallen meters hoog en kilometers lang. Ze hebben hun eigen micro-weersysteem boven zich hangen. Willy en ik klimmen in de mast en halen onze antennes naar beneden. Het is bitter koud. Willy geeft me een tik op de schouder en wijst naar de horizon. Een grote ijsschots tekent zich af. Wacht eens, het heeft donkere vlekken op de zijkant, dat is geen ijsschots, die vlekken zijn stukken rots. Dit is Peter I! Ons eiland! Peter I!

We klauteren naar beneden en roepen de anderen op via de walkietalkie. Vanop de brug zien we het eiland naderen. Het lijkt zozeer op de enige foto die we van het eiland hebben: een 1700 m hoge berg, met flanken die bijna verticaal in de zee duiken. Langs de noordkant zien we hoe de gletsjer met een zachte helling van een vijftal kilometer lang, naar de zee loopt. Op het puntje van die gletsjer willen we landen en ons kamp opslaan... Maar veel van het eiland krijgen we niet te zien. De mistbanken hopen zich op rond de kust. De gletsjer zit bijna de ganse tijd in de mist...

De Khlebnikov stuurt langzaam naar de westkant van het eiland. Voor we er erg in hebben zitten we midden in het pakijs. De satellietfoto's die Tony gisteren nog ontvangen had, toonden inderdaad dat de rand van de ijszee tot bij het eiland kwam. Langzaam kraakt de boot zich een weg. De ijsschotsen wijken voor de boeg... Het ijs is goed nieuws: het isoleert het relatief warme water van de koude lucht. Op die manier krijg je veel minder mistvorming. De motoren worden stilgelegd. We drijven aan de westkant van het eiland, en, wonder bij wonder, de mist trekt op en de blauwe hemel opent zich. De weerspiegeling van het zonlicht op de ijszee, met Peter I, bijna volledig uit de wolken... Het lijkt een droom. De muziek van de film 'The mission' klinkt in crescendo in mijn hoofd. We krijgen allemaal tranen in de ogen, zo mooi is het panorama.
"We hebben het voor elkaar gekregen, het is ons gelukt!", roep ik naar Ralph
"Na zo veel maanden, eindelijk", juicht Tony.
"Mijn koninkrijk voor een helikopter", schatert Wilber.
"Herinner je die fax, Ralph, waarin je aankondigde dat de Russen het vervoer afzegden?"
"Ik herinner me je antwoord nog beter, Peter: 'Dit zal de geschiedenis in gaan als de tijd dat we het helemaal niet meer zagen zitten!' "
"Hahaha, en toch hebben we het klaargespeeld!"
"Komaan, iedereen weet wat te doen, aan het werk!", beveelt Ralph.
Iedereen gaat zijn poolkledij aantrekken en sleurt zijn bagage naar het helikopterdek. Ralph brengt het goeie nieuws: 'We gaan landen!'.

Met luid geraas start de eerste helikopter. Terry en Bob stappen in. De toeristen staan achter geïmproviseerde dranghekkens luid te applaudisseren en ons aan te moedigen, als waren we renners in een wielerwedstrijd. Ik weet dat velen denken dat we gek zijn, en dat zijn we ook. De helikopter laat zijn motoren op volle toeren draaien, en zijn schroeven happen in de lucht. Langzaam stijgt hij op en blijft een tijdje hangen op een paar meter boven het dek, alsof hij zijn passagiers nog een laatste blik op de boot gunt. Plotseling zwenkt hij naar links en verdwijnt in de richting van het eiland. Pas als we de helikopter in het niks zien verdwijnen, realiseren we ons hoe ver het schip van de kust ligt, en hoe gigantisch hoog de centrale berg wel is... Terwijl de tweede helikopter zijn motoren opwarmt, wachten we ongeduldig op een bericht van Terry of Bob.

Na een kwartier klinkt het krakend uit de walkietalkie.
"Khlebnikov, Peter I roept, over"
"Ja Terry, dit is Ralph, welk goed nieuws?"
"We zijn veilig geland op het puntje van de gletsjer, zo'n 500 meter van de rand. Er is geen enkel teken van gletsjerspleten, en we hebben een landingsplaats aangeduid met vlaggen."
"OK, laat de helikopter terugkomen, we beginnen de landing!"
"Roger, roger, Peter I in stand-by".

Drie uur later is alle cargo naar het eiland overgevlogen en staan de piloten klaar om de laatste vlucht uit te voeren. Tony, Wilber, Ralph en ik nemen afscheid van de officieren, zwaaien nog eens naar de passagiers en stappen in de helikopter. Zonder dralen stijgt hij langzaam op. 'The mission' speelt weer in mijn hoofd. Als in een droom zien we de Khlebnikov onder ons voorbijschuiven. De piloot maakt een bocht voor het schip uit en gaat op een hoogte van vijftig meter wachten tot de tweede helikopter het laatste cargonet ophaalt. Met zijn tweeën naast mekaar, vliegen ze naar het eiland. De Khlebnikov verdwijnt in het niets. Opgeslorpt door de oneindige ijszee. Vóór ons wordt het eiland alsmaar groter. We vliegen over de gletsjerrand en cirkelen boven het kamp. We landen tussen de her en der verspreide kratten. Luis komt de helikopterdeur openen en geeft ons de hand.
"Welkom", roept hij boven het geraas van de klappende wieken uit.
"Daar komt de laatste helikopter, jongens", roept Bob en hij gaat bovenop een krat staan om aan te duiden waar de cargo moet gedropt worden. Licht wiegend komt de helikopter aangevlogen, het cargonet een paar meter onder hem. Zachtjes dropt hij de krat en landt. We danken de piloot voor zijn hulp en geven hem een fooi. Hij stijgt op, geeft een lichtsein ter afscheid, vliegt over ons uit en verdwijnt naar de Khlebnikov.

En plotseling, plotseling, .... het klapwieken van de helikopter verdwijnt in de verte en dan... is er geen lawaai meer. De oneindige stilte. De wind waait zachtjes, we horen het stil krassend geluid van de ijszee, het 'zwompkrr, zwompkrr' geluid van onze laarzen in de sneeuw, de gedempte stemmen. We vliegen mekaar om de hals.
"We did it! We hebben het voor mekaar! In nauwelijks vier uur hebben we 18 ton, en 150 stukken bagage geland, zonder moeilijkheden! We hebben het voor mekaar!"
Ralph opent een fles champagne, en gretig drinkt ieder een slok. Ik steek een sigaret op. Mijn eerste sigaret. Op mijn eiland... Ik graai in de sneeuw. Om deze sneeuw te voelen, moest ik zes maanden dag en nacht werken, mijn job opgeven, bijna 700.000 fr. betalen. Maar alles was de moeite waard! Elke cent, elke seconde. Ik kijk met de tranen in de ogen naar de anderen. Woorden schieten me tekort. Ralph komt naar me toe, en schudt me de hand:
"We hebben het voor mekaar, Peter."
"Ja, zelfs het panorama is al die moeite waard, kijk eens!"

Het is tien uur 's avonds. De zon zweeft boven de horizon en weerspiegelt op de ijszee. We hebben een panorama van bijna 200 graden. De zee, de Khlebnikov in de verte, de ijsschotsen, de hoge berg achter ons. Er zijn geen woorden voor.
"Aan het werk, jongens", roepen we mekaar toe.

De slaaptent moet zo vlug mogelijk opgesteld worden. Alhoewel de zon nooit helemaal zal ondergaan, moeten we zo snel mogelijk beschutting hebben. Het weer kan in een paar minuten omslaan, zo hebben ze ons verteld. We effenen de grond en leggen een geraamte van dikke balken uit. Die nagelen we aan mekaar vast en leggen er isolatiemateriaal tussen. Daarboven komt een groot plastiek vel en een planken vloer. Op de rand vijzen we een aluminium rail waarop de hoepels, het geraamte van de tenten, worden vastgemaakt. We spannen de twee zijflappen op en spreiden de dubbel geïsoleerde tentzeilen over de hoepels. Het is allemaal vlugger gezegd als gedaan. De slaaptent meet zo'n vier bij acht meter en we werken met zijn allen tezamen om in vier uur die ene tent in mekaar te steken. Het is twee uur in de morgen en onder een middernachtzon in een lichtblauwe hemel, zien we, met een wee gevoel in onze maag, de boot vertrekken. Vanaf nu zijn we alleen op het meest geïsoleerde eiland van Moeder Aarde, alleen met zijn negenen, op een goeie tweeduizend kilometer van de bewoonde wereld. Als er nu iets verkeerd gaat, is redding niet meer mogelijk... Maar niemand laat zich ontmoedigen. We steken de primitieve veldbedden in mekaar en spreiden er dikke mousse matten op. Alle bedden staan netjes op een rij, met een paar zakken persoonlijke bagage ertussen in. Mijn bed staat vlak bij de ingang van de tent. We rollen onze poolslaapzakken uit en kijken mekaar aan. Het is midden in de nacht, wat gaan we nu doen?
"Slapen", beveelt Ralph met een zucht.
"Slapen...", echo-t Bob.

20-02-07

De Amerikaanse Geheime Dienst is al!

 

Islamabad, 14 september 2001

 

Geeuw!

Weer een coördinatie-vergadering voor de verschillende VN-agentschappen in Pakistan.. Sinds 9/11, drie dagen geleden, hebben we er zo één elke morgen. En ze ratelen maar door en door en door... Dingen die allemaal belangrijk zijn, zonder twijfel, maar niet speciaal voor mij. Ik heb geen specifieke zeg in die vergaderingen, omdat mijn team enkel logistieke steun geeft, meer niet. Dus zit ik in een hoekske, en probeer me wat weg te steken tussen de andere meubels.

 

Ik wist precies hoe dit allemaal ging verlopen. Twee vliegtuigen crashen in de New York World Trace Center en de boel hier in Centraal Azië ging op stelten staan. De morgen na 9/11 waren de meeste mensen die hier vandaag in de vergadering zitten, nog in een ontkenningsfase. Ze beseften niet hoe die gebeurtenissen in Amerika hun leven de volgende weken, maanden, jaren, grondig ging veranderen. Typische ontkenning van de feiten, tot het hen in het gezicht sprong. Vandaag, drie dagen later..

 

Er was geen ontkennen meer aan! De feiten waren overduidelijk. Pakistan en Afghanistan waren nu continue in het nieuws, met de werelds grootste televisie- en nieuwsstations die allemaal kamp opzetten in Islamabad.

 

Het moet natuurlijk juist passen dat, toen 9/11 gebeurde, we hier in Islamabad een opleidingscursus gaven voor onze medewerkers uit Afghanistan. Gisteren hebben we hen opgepikt van hun hotel, om hen eens op een goed etentje te trakteren in één van de sjiekste restaurants van de stad. Die van het Marriott hotel. Terwijl we voorbij het hotel reden, zagen we de file op de oprit. Een file van kleine lokale taxietjes, met elk een reuze-satellietschotel op hun dak vast gesjort. De schotels waren drie keer zo groot als hun kleine karretjes. Elke schotel had stickers van de grote TV zenders: CNN, BBC, SKY, AFP, Fox, Al Jazeera, ITN, ITV, RAI.. Ze waren er allemaal. Het plat dak van het hotel baadde in een hel licht van alle schijnwerpers die her en der verspreid stonden, met in de focus van het alles, de beruchte speakers van die zenders. Allemaal kwamen ze live in de lucht: ‘Live from Islamabad’, met de lichtjes van de stad op de achtergrond.

 

De aankomst van al die internationale pers was weer eens een bewijs dan onze levens hier grondig gingen veranderen. Het ging allemaal verdraaid slechter worden... Zodoende had ook de houding van de mensen in de coördinatievergadering een draai gekregen. Van ontkenning tot een staat van paniek. De toon van de vergadering vandaag verschilde dan ook grondig bij die van gisteren.. Nerveus...

 

Geeuw.

Mijn gedachten gaan weer hun eigen gangetje.. Ik denk aan onze medewerkers uit Afghanistan. Hoe ze tijdens ons dineetje gisteren vertelden over hun familie in Mazar, Kabul, Faizabad, Jalalabad... Hoe ze zich zorgen maakten over hen. Ze stelden zich vragen hoe ze terug thuis zouden geraken, nu alle internationale VN stafmedewerkers uit Afghanistan waren geëvacueerd, en alle VN vluchten van Islamabad naar Afghanistan waren afgelast.

 

Ergens hoorde ik een verandering van toon in één van de stemmen in de vergadering. Eén van de dames van een ander VN agentschap begint te fluisteren. Ik concentreer me weer op wat er gezegd wordt.

Ze leunt naar voor, over de tafel en fluistert, alsof ze een groot geheim vertelt:

 

“Ja, ik weet dat we hier problemen gaan krijgen!”, lispelt ze. “De Amerikaanse Geheime Dienst zijn hier al toegekomen. Ik zag ze gisterenavond.”

Allez, dat was nieuws voor mij!

    

“Jaja, ik heb ze gezien, gisterenavond in het Crown Plaza hotel, hier om de hoek!”, vervolgt ze.

“Tiens”, bedenk ik me, “dat is waar we gisterenavond onze Afghaanse vrienden hebben opgepikt.”

 

“Ze waren met zijn vieren! Ze reden met een witte 4x4 zonder enige kentekens!”

“Toeval, hé”, denk ik zo, “Gisterenavond waren we ook op pad met zo’n wagen. We reden met een kleine Landcruiser, en het embleem van ons agentschap was er afgevallen.”

 

“Er was één normaal gebouwde kerel, en drie kleerkasten van venten die achter hem liepen. Eén was een zwarte. Allemaal met safari-vesten aan, kaki-broeken, en met walkietalkies aan hun broeksriem.”

Hmmm.. Robert, Martin en Terah waren mee met mij. Terah is van Uganda. Alle drie zijn het nogal zware gasten.. We hadden allemaal een safarivest aan, en ja, onze kaki broeken, zowat ons ‘veld-uniform’.

 

“Ze zeiden niks. Keken rond in de receptieruimte van het hotel, pikten een stuk of wat lokale zware jongens op, en reden weer weg. Amerikaanse geheime dienst, zeker van.”

“Jamaar, gisteren hadden we daar onze Afghani vrienden opgepikt. Ja, maar...”

 

Ik sta recht. Kuch uitdrukkelijk, en steek mijn hand omhoog. De dame stopt met babbelen, en kijkt naar mij alsof ze een spook ziet. Ze steekt haar arm uit en wijst mij aan met een bevende vinger. Ze zegt niks, staat daar maar te wijzen, en na een paar seconden begint ze te blozen... Iedereen in de vergadering kijkt op en draait het hoofd in de richting van de wijzende vinger. Daar sta ik, aan de andere kant van die vinger, in mijn hoekske met mijn safari vest, kaki broek en walkietalkie aan de broeksriem. Ik weet niet echt wat te zeggen, en glimlach een beetje onschuldig. Iedereen in de vergadering gaat onder de tafel van het lachen.

 

Sedertdien gaat het gerucht de ronde dat de Belgische Geheime Dienst ook in Islamabad is toegekomen..

16-02-07

TV censuur op zijn pakistaans

 

.

.

.

.

.

.

Dit is een vertaling van het verhaal Islamabad stories#1: TV censorship op mijn engelstalige site

Toen ik naar Pakistan verhuisde, was er niet veel te doen 's avonds in Islamabad. Wat rondhangen in het hotel, een beetje lezen of TV kijken. Het viel mij op dat regelmatig, de uitzending onderbroken werd en een test-scherm opkwam. Ge weet wel, zo één met van die kleurpatronen... Alsof er een technisch probleem was in de TV studio (gelijk dat den BRT er vroeger veel had, in den tijd van den BRT).

Soms was het voor uren dat alles OK ging, en soms verscheen het testbeeld om de paar minuten. Het gebeurde zomaar, in het midden van een uitzending, soms in het midden van een film, soms tijdens een documentaire, of tijdens een episode van een soap. Het leek me een mysterie.

Na een tijdje echter, merkte ik op dat het testbeeld meestal opkwam telkens er een 'gevoelige' scène was, waar een beetje 'vlees' werd getoond, een beetje bloot. Een dame in een kort rokske, iemand die zijn pull af deed, twee mensen die kusten. Ik dacht dat dit geen toeval meer kon zijn. 

Het was raar, en plezant om te zien, en soms frustrerend bijvoorbeeld in sommige episodes van soaps zoals 'Silk Stalkings'. Ge kent dat wel, zo'n pseudo-detective serie, waar de 'goeie', allemaal madammekes van 19 waren met benen tot aan hun oksels, korte rokskes en diepe decolletés. Er waren daarin zoveel scènes waar een beetje 'vlees' te zien was, dat er meer testbeeld dan film op het scherm kwam. Om de tien seconden weer, BLOEP, testbeeld. Zelfs tijdens de introductie-spot met de namen van de acteurs enzovoorts: Eén van de goeie stapt uit haren auto (een sjieke sportslee natuurlijk, en met haar kort rokske -wat zoudt ge peinzen!), en BLOEP. Eén van de goeie leunt een beetje te veel naar voren en een streepje beha was te zien, BLOEP. Of één van de goeie kust haar vriend. BLOEP, weer van dadde. En telkens weer het kleurbalkscherm, en telkens werd het geluid afgesneden ook. Dah ! Irriterend tot op het niveau dat ik de draad van het verhaal verloor. Te veel test-beeld.

Het was me een mysterie hoe het TV station dat deed. Ik dacht dat ze een wreed gesofistikeerd systeem hadden bedacht waarbij een digitale code op de beeldband automatisch het testbeeld genereerde. Maar ik zag ook dat er veel variaties kwamen in 'de graad van vlees' die er geBLOEPt werden. De ene keer was een kus op de wang al genoeg, en de andere keer ging er zelfs een tongkus door zonder al te veel te BLOEPen. Soms was het genoeg om een dame in beeld te krijgen met twee knoopjes los van de decolleté (als je dan al van een décolleté kunt spreken), en soms ging er een scène door met iemand in zijn slipke.

Op een bepaalde avond, zonden ze 'Pretty woman' uit, ge weet wel met Julia Roberts die een hoertje speelt, en Richard Gere die op haar verliefd wordt. Ja jongens! Schandaal aan de paal! De GANSE film ging er door zonder ook maar één BLOEP. Echt waar! De GANSE film. Ik weet niet of je die film al gezien hebt, maar er zitten toch een aantal pikante en aldanniet suggestieve scènes in. Shocking gewoon! Ik bedoel, naar de lokale normen ginder! (wij zijn natuurlijk meer gewoon hier met 'Open en Bloot', 'Sex advisors' en hoe noemt dat weer 'Seduction Island', van die toestanden. Maar voor ginder achter?!?!

Maar, maar, op een goeie dag kwam ik achter het geheim. Eén van de mensen uit mijn team die moest naar de TV studio voor een technisch werkje, en die ontrafelde het raadsel van de BLOEP. In één van de kamers van de studio zat een rijtje dames. Elk had twee schermen voor zich, en een grote rooie knop. Op één scherm bekeken ze het beeld zoals het binnen kwam via de satelliet of de beeldband, en op de andere zagen ze wat ze lokaal uitzonden. Er was één dame voor elk TV kanaal dat lokaal in de ether kwam. Telkens als er een 'tricky' scène kwam, duwde een dame op haar grote rooie knop, en een BLOEP werd uitgezonden. Ze konden op het tweede scherm kontroleren dat de BLOEP inderdaad de ether inging (ge kon wel peinzen wat een zwaar probleem het zou zijn als na twee maanden zou blijken dat één van de knoppekes kapot was!). En het was duidelijk dat de ene dame al heel wat toleranter was dan de andere dame. Mijn collega vertelde me dat sommige dames hun werk duidelijk met veel enthousiasme deden, en telkens er een beetje 'vlees' werd getoond, met een luide smak de rooie knop induwden. Zo van 'nah, hier zie, niks daarvan. Geen bloot. En hier zie, nog een keer BLAF op dien knop. En nog een keer BLAF, da gaat hen leren'. En de andere waren wat meer aarzelend, terwijl ze twijfelden of ze het er gingen doorlaten of niet..

Er was ook geen vervanging voor die 'censuur'-dames als ze een keer piepie gingen doen. Sommige lieten tijdens hun plaspauze zomaar het beeld lopen, en anderen blokkeerden de censuurknop zodat voor de volgende vijf of tien minuten een BLOEP werd getoond.

Waarschijnlijk was de dame die 'Pretty Woman' erdoor liet, gewoon ziek die dag. Of misschien was ze wel betaald met 'baksjish' (geld onder de tafel) om alles door te laten.

Het gerucht deed de ronde dat één van de studiotechniekers een videorecorder had aangesloten op de rooie knoppen die automatisch het binnenkomend beeld begon op te opnemen telkens een blootscène werd geBLOEPt. Hij zou die tapes dan thuis kopiëren en verkopen. Zo van 'the best of', of 'Wat U nooit zag en enkel maar kon raden'... Maar dat waren allemaal maar geruchten, want na lang zoeken heb ik nooit één van die tapes gevonden op de markt. Zelfs niet op de zwarte markt..!

 

 

 

 

 

 

 

(De foto met het vliegend ezeltje kreeg ik van mijn bloedbroeder Mark. Meer van zijn reisfoto's vind je op http://www.on4ww.be )

14-02-07

De menselijke intelligentie

Vaststelling: Een machine kan nooit de menselijke intelligentie vervangen!
(zelfs al doet die foto je daaraan twijfelen )


Op mijn engelstalige verhalen-webstek
(http://theroadtothehorizon.blogspot.com) heb ik een vertalingsmachine van Altavista Babelfish. Ik was onder de indruk van de vertalingen die het maakt van uit het engels.

Dus voor mijn nederlandstalige site met de verhalen van de expedities (
http://verslaafdaandehorizon.blogspot.com) probeerde ik ook een vertaalsite te zoeken. En vond er één. Als test liet ik het, het volgende fragment vertalen:


Vrijdag 6 maart 13u lokale tijd.

"Clipperton op de radar, Clipperton op de radar", roept iemand vanop de brug. Iedereen laat vallen wat valt, en sprint naar de brug.
"Waar, waar?"

"Hier zie je dat niet, die stipjes"

"Die dingetjes hier? Bah, dat zijn golven, man"

"Nee, nee niet waar, we zijn amper op een tiental mijl van Clipperton, en volgens Mike is dat het moment dat we Clipperton op het scherm moeten zien".

"Maar die stippen komen en verdwijnen"
"Jamaar kun je niet zien dat die langzaam een cirkel beginnen te vormen? Dat is de landstrook. En die donkere vlek in het midden is de lagune!"

De vertaling in het engels luidde als volgt:
Friday 6 March 13h local time:
"clip by barrel on the radar, clip by barrel on the radar", calls someone vanop the bridge.
Everyone leaves falls what falls, and sprint to the brug.
"Waar, where?"
"here to see you that not, which stipjes"
That dingetjes here? Bah, which are golves, man"
"no, no not where, we are scarcely on ten mile of clip by barrel, and according to Mike is that the moment that we must see clip by barrel on the baffle".
"But dot that come and verdwijnen"
"Jamaar cannot you see that that form a circle slowly to start? That is the country counterfoil. And that dark macula in the middle is the lagoon!"

Ik denk dat ik de optie 'Pidgin English' moet aangeklikt hebben..

PS: Ik zag net dat de vertaling van één van mijn ikoontjes ook niet zo vlot ging van het engels naar het frans:
"This is not a commercial ad. Click and help!!"
werd door de machine vertaald in:
"Ce n'est pas un Clic et une aide de film publicitaire après Jésus Christ !!"

Tja...

 
 

12-02-07

De dag dat men mij deporteerde uit de USA

 
Dit is een vertaling van een kortverhaal uit mijn eBoek: The Road to the Horizon.
 
Lente 2003. Net na het begin van de oorlog in Irak.
Washington Dulles internationale luchthaven.
Aan het immigratieloket
 
hij: Waar komt u vandaan meneer? (terwijl hij door mijn paspoort duimt, en kijkt naar de talrijke stempels in een Arabisch geschrift)
ik: Ik kom net aan uit London Heathrow, maar dat was een transit. Ik vertrok uit Caïro in Egypte.
hij: Hoe lang bleef je in Cairo?
ik: een dag.
hij: Waar was je daar voor?
ik: In Jordanië
hij: En hoe lang verbleef je daar, dan?
ik: Ook een dag
hij: Waar was je voor dat?
ik: Irak
hij: ?!?!
ik: Baghdad, Irak. Ik werk voor de VN, zie je.
hij: Heb je vliegtuigtikketten om dat te bewijzen?
ik: Nee, ik vloog met een vliegtuig van de VN. 
hij: Ik zie geen immigratie stempels van Irak in je paspoort.
ik: Nee, er is geen immigratiedienst in Irak. De amerikaanse militairen bezetten de luchthaven, en checken de passagiers, maar dat is al. Er worden geen stempels uitgedeeld.
hij: OK, hoe lang was je daar, dan?
ik: Een week.
hij: <zucht> Waar was je voor langer dan een week? Waar woon je eigenlijk?
ik: Wel, mijn residentie is nog altijd in België, maar het meeste van mijn tijd breng ik door in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten.
hij: Wat doe je daar?
ik: Ik ben het hoofd van het kantoor voor een VN agentschap. Ik heb de status van een ambassadeur.
hij: Kun je dat bewijzen?
ik: Tuurlijk. (Ik toon hem mijn diplomatisch kaart van het Ministerie voor Buitenlandse Zaken van de VAE
hij: Hoe lang woon je al in Dubai?
ik: Twee jaar
hij: En voordient?
ik: Ik pendelde tussen Pakistan en Afghanistan.
hij:
hij: (na twee minuten tikken op zijn komputer) Kunt u eventjes met mij meekomen, meneer?
ik: ?!
 
Een halfuur later, in een aparte kamer met 'andere lotgenoten':
hij#2: Mr Keyscher (?) (mijn familienaam is moeilijk uit te spreken in het engels)
ik: Ja, meneer, dat ben ik.
hij#2: Goeienavond, wat is het doel van je bezoek aan de VS?
ik: Ik werk voor de VN. De VN veiligheidsdienst vroeg me om een vergadering voor te zitten in de Wereldbank, hier in Washington.
hij#2: Bent u op een officiële missie?
ik: Jazeker.
hij#2: Heeft u daar een bewijs van?
ik: Tuurlijk. (Ik start mijn komputer op en toon hem de uitnodiging die via Email opgestuurd was)
hij#2: Waar gaat die vergadering over?
ik: Het gaat over de VN humanitaire hulp in Iraq. Specifiek over de coördinatie van de noodhulp tussen de verschillende agentschappen van de VN.
hij#2: Hoe lang wilt U in de VS blijven?
ik: Ik vlieg terug morgen middag. Minder dan 24 uur, dus.
hij#2: Waar vlieg je naar toe?
ik: Naar Dubai
hij#2: Heb je nog identificatie-papier bij je, buiten je Belgisch paspoort?
ik: Ja ik heb nog twee reispaspoorten van de VN.
hij#2: Blauwe of rode? (de rode zijn de diplomatisch paspoorten)
ik: Ik heb beiden (ik geef ze aan hem)
hij#2: Waarom reist U met Uw Belgisch paspoort, terwijl U VN paspoorten heeft?
ik: Het is gemakkelijker. Ik heb geen visa nodig voor de VS als ik mijn Belgisch paspoort gebruik. Dit is wel het geval met de VN paspoorten.
hij#2: Neemt u even plaats, meneer. Er komt zodadelijk iemand naar u toe.
 
Een half uur later:
hij#3: Mr Keyscher?
ik: That is me!
hij#3: Het spijt me, meneer, maar we kunnen U niet toelaten tot de VS.
ik: ?!?! Waarom niet?
hij#3: U probeert de VS binnen te geraken met uw Belgisch paspoort. Maar dit paspoort is niet geldig om toegelaten te worden.
ik: Waarom niet? Ik was nog in New York twee weken geleden. Ik vlieg drie-viermaal per jaar naar de VS. Ik gebruik altijd dit Belgisch paspoort.
hij#3: Het spijt me, maar de regels zijn veranderd. Vanaf vorige week moeten Belgische paspoorten leesbaar zijn met de machine..
ik: ?!?!
hij#3: Ze hebben een strip nodig, onderaan de voorpagina waarmee we uw gegevens kunnen lezen met een OCR machine.
ik: Niemand heeft me dat gezegd. Ook niet toen ik twee weken geleden nog door de immigratie in New York ben gegaan.
hij#3: Het spijt me, maar ik maak de regels niet. En de regels zijn vorige week veranderd. We kunnen u niet toelaten tot de VS
ik: Maar ik ben op een diplomatieke missie. Ik heb een diplomatiek status. U heeft mijn diplomatieke paspoorten.
hij#3: Het spijt me, dat is allemaal irrelevant. Vorige week nog stopten we een minister van buitenlandse zaken van een land in het Midden-Oosten. Hij had de nodige papieren niet.
ik: Kan ik met de supervisor van de dienst hier spreken?
hij#3: Ik ben de supervisor hier, meneer.
ik: Kan ik dan met uw baas spreken, a.u.b.?
hij#3: Ik ga hem eventjes bellen. Een momentje.
 
Na 15 minuten aan de telefoon met de baas van de baas:
hij#3: Het spijt me, we kunnen U niet toelaten tot de VS. Ik roep zo een verantwoordelijke van British Airways om te zien of ze een plaats hebben op de retourvlucht met het vliegtuig waarmee u daarnet toegekomen bent.
ik: U verstaat toch dat ik drie dagen gereisd heb, van Irak naar hier. Kan ik iemand bij de VN in New York bellen, die borg voor mij kan staan?
hij#3: Nee, meneer, onze beslissing is definitief.
ik: Kan ik iemand bellen om hen te laten weten dat ik niet op de vergadering zal zijn? U moet weten dat er twintig mensen van evenveel VN agentschappen op me zullen wachten. Ik moest die vergadering voorzitten. 
hij#3: U kunt 1 telefoontje maken, maar enkel een lokale oproep. Hier is de telefoon.
ik: Kan ik mijn mobiele telefoon dan gebruiken? Ik moet mijn collega bellen, maar die is van ons kantoor in Rome, en is al hier in Washington. Ik zou dus zijn Italiaans mobiel nummer moeten bellen.
hij#3: Het spijt me, U mag hier uw mobiele telefoon niet gebruiken.
 
Ik probeer met een lokale lijn mijn collega, Gianluca, te bellen op zijn hotelkamer in Washington, maar krijg geen respons.
ik: (zucht) Euh, wat nu?
hij#3: Komt U mee met mij? We moeten uw foto's en vingerafdrukken nemen.
ik: ?!?!
 
Vier foto's (van verschillende kanten), en tien vingerafdrukken later:
ik: Mag ik eventjes naar het toilet
hij#2: Zeker.
 
Een gewapende agent escorteert me naar het toilet en blijft aan de deur staan. Ik ga zitten op de bril, en neem mijn mobiele telefoon uit mijn zak, om Gianluca te bellen. Ik leg hem fluisterend uit wat er gebeurd is, en geef hem een vlugge briefing over mijn input voor de vergadering. Na een minuut bonkt de bewaker op mijn toiletdeur en roept "Het is tijd. Genoeg!"
 
Terug in het screening kantoor babbelt de British Airways verantwoordelijke met 'hij#3'
zij: Ik heb zijn bagage al opgepikt. Maar de terugvlucht zit goed vol.
hij#2:
ik: Wat gebeurt er dan als ik niet op de terugvlucht kan?
hij#2: Dan moeten we u opsluiten tot u een terugvlucht heeft. U heeft een ticket voor morgen, dus zullen we u voor een nacht moeten opsluiten.
ik: ?! Opsluiten?
hij#2: Ja. Opsluiten.
zij: Ik ga mijn best doen, meneer Casier.
hij#2: Mag ik al je ticketten?
hij#2 steekt mijn drie paspoorten en al mijn ticketten, inclusief die voor mijn vlucht naar Dubai in een verzegelde envelop.
 
Een half uur later komt de BA verantwoordelijke terug.
zij: Goed nieuws, ik heb een seat voor u op de terugvlucht.
ik: Dank U. Dank U!
hij#2: We escorteren u naar het vliegtuig.
ik: Mag ik mijn paspoorten en tickets a.u.b.?
hij#2: Nee. U zult die terugkrijgen in Heathrow. Op die manier zijn we zeker dat U het land uit bent. U moet ook weten dat de volgende keer dat u de VS wilt binnenkomen, U geen gebruik meer kunt maken van het visa waiver programma. U zult een visa nodig hebben. Tevens zullen de immigratiemensen aan het loket niet meer de toestemming hebben om U toe te laten. U wordt dus telkens apart ondervraagd telkens U het land wilt binnenkomen.. U moet dit papier ondertekenen om te bevestigen dat U dit verstaan heeft.
ik: Heb ik een keuze om niet te tekenen? Kan ik daartegen beroep aantekenen?
hij: Neen meneer, deze beslissing is definitief.
ik: voor hoelang blijft deze beslissing geldig? (ik teken de papieren)
hij#2: Voor altijd. Eens U gedeporteerd bent, kunt u nooit meer binnen in de VS zonder de procedure om een visa aan te vragen en bij het binnenkomen ondervraagd te worden. Uw escorte is hier.
 
Twee gewapende agenten nemen me mee naar buiten, via een zijdeur. Het is intussen nacht geworden. Het regent. Een geblindeerde bestelwagen wacht op me. Nog meer gewapende agenten. Ik zie sigarettenpeuken op de grond.
ik: Het spijt me, maar ik vloog vanuit Cairo. Niet rokers. Voor vier uur naar Londen. In Londen had ik geen tijd voor een sigaret. Dan nog eens zes uur trans-Atlantisch en twee uur hier. Mag ik a.u.b. vlug een sigaretje roken?
hij#4: (kijkt naar hij#5, hij#6 en hij#7) OK.. Een vlugge sigaret dan.
ik: Dat is het enige goeie nieuws dat ik kreeg sedert ik hier geland ben. Dank je!
 
Met zijn vieren escorteren ze me tot in het vliegtuig. Er zijn nog geen andere passagiers. Ze blijven naast me staan terwijl ik plaats neem, en fluisteren tegen de stewardess en de kapitein van het vliegtuig. Ze kijken naar mij. Ik voel me net als een crimineel. 
 
Zes uur later stap ik uit het vliegtuig in Londen. Ik krijg de envelop terug met mijn papieren, en teken voor ontvangst. Mijn vlucht naar Dubai vertrekt in twee uur. Ik moet dringend een sigaret, en bel nog eventjes naar Gianluca... Wat een dag! Wat een week!
 

11-02-07

De eerste expeditie. Hoe het allemaal begon.

Dit is een stukje uit mijn eBoek Verslaafd aan de Horizon

 

fo0ci_morning view of beach

16 Januari. 06h30 in de morgen.

De telefoon rinkelt ergens in de verte. Het antwoordapparaat neemt op. Half slapend hoor ik een aarzelende stem in het engels een boodschap inspreken. In het donker tast ik naar de telefoon naast het bed en prevel: "Hello, Peter..."

De engelse stem aarzelt en is duidelijk verward.

"Peter, eeeuh, dit is Jay Kobelin van de Clipperton expeditie". Ik ben geen ochtendmens en heb wat tijd nodig om wakker te komen. Jay ratelt maar door en het duurt eventjes voor ik door heb waar het allemaal om gaat.

"Een momentje, Jay, laat me eventjes wakker worden".

Terwijl ik met de telefoon in de hand naar mijn werkkamer strompel begint mijn brein te werken. Een goeie maand geleden las ik dat de radioamateur-expeditie naar Clipperton, een godverlaten eiland in de Stille Zuidzee, nog expeditieleden zocht. Ik zond een briefje met mijn referenties en wat persoonlijke gegevens naar Jay Kobelin, de expeditieleider.

Diezelfde Jay had ik nu aan de telefoon, en met een flits word ik klaar wakker. "Ja Jay. Clipperton, juist?", zeg ik en zet me schrap

"Inderdaad. Je had dus geschreven om je kandidatuur te stellen, en dat komt goed uit. We zoeken nog een drietal expeditieleden. Een aantal mensen hebben afgezegd. Luister, dit is het plan: we vertrekken op 28 februari vanuit Cabo San Luca in Mexico, met een gecharterde Amerikaanse sportvissersboot, de Cheerokee Gheisa. De tocht naar Clipperton zal een viertal dagen duren. Er is een achtkoppige bemanning aan boord, en die is ook verantwoordelijk voor de landing op het eiland, en het vertrek vanop het eiland", legt Jay uit.

"Een sportvissersboot?!?! ", vraag ik - ik zie mezelf al dobberen op de wijde oceaan, op een minuscuul bootje, tussen de pletsende vis.

"Ja, maar ééntje van 30 meter en 1000 pk", grinnikt Jay, "moet groot zijn; we nemen vier complete radiostations mee en gaan een tiental antennes opzetten.", vervolgt Jay, "Anyhow, ons grootste probleem is dat het charteren van de boot een goeie 65.000 dollar kost. Elke deelnemer betaalt 5000 dollar. Ga je mee?", ratelt hij in een zucht.

"Ja", antwoord ik.

Na het telefoontje zit ik nog wat na te soezen, en kijk naar mijn notities die ik op allerhande stukjes papier bijeengekrabbeld heb. Clipperton... Clipperton heeft me altijd iets gezegd. Het is alsof ik altijd wist dat ik ooit naar die verlaten stip in de Stille Zuidzee zou trekken. Alsof er een stukje van mijn bestemming lag. Volgens mijn hanepoten op de papiertjes, is het vertrek op 28 Februari, binnen een goeie maand dus, vanuit Cabo San Luca in Mexico, voor een boottocht van drie tot vier dagen, anderhalve week op het eiland en dan terug naar Cabo. "Deelname in de kosten", zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen, te betalen in twee schijven van 2500 dollar elk.

Niet niks, maar ik ben mij altijd blijven herinneren wat een ouwe man mij ooit vertelde (ik was in Spanje zuidwaarts aan het liften, en hij gaf me een lange rit): "Peter, toen ik jong was, had ik de fysische konditie en ambitie om van het leven te profiteren, maar ik had het geld niet. Mijn ganse leven heb ik gewroet om het geld bij mekaar te krijgen. Nu ben ik oud, heb het geld, een villa in Duitsland en een villa in Majorca, maar mijn lichaam wil niet meer mee en ik kan niet meer van dat geld genieten. Profiteer van het leven terwijl je jong bent. Werk niet in functie van de dag van morgen, maar leef vandaag." Dat is een beetje mijn levensfilosofie geworden. Met die ingesteldheid had ik ook aan de telefoon onmiddellijk 'Ja' gezegd toen Jay me voorstelde mee te gaan.

's Avonds vertel ik mijn vriendin: "Lieveke, je weet wel dat ik altijd wel eens met een grote expeditie mee wou gaan?, Ewel, ik heb nu de kans..." Enzovoorts... Praktisch als Tine is, begint ze me allerlei vragen over het eiland te stellen. Vragen waarop ik geen antwoord weet. Tja wat weet ik dan wel? Clipperton ligt een vijftienhonderd kilometer uit de kust van Mexico, behoort tot Frans Polynesie, het is verlaten, en er staan palmbomen op. En daar stopt mijn kennis... Ghis, een vriend radioamateur die veel mensen uit het radiowereldje kent, geeft me het telefoonnummer van Alain Duchauchoy door. Alain was de organisator van de eerste grote Clipperton expeditie in 1978. Ghis heeft nog wat foto's van die expeditie liggen, en ik kan de drang niet weerstaan om in de wagen te springen en die op te halen: een kaal atol, met hier en daar een bosje palmbomen, een verwoeste nederzetting, grote vogelkolonies en massa's landkrabben.

Ik geraak niet uitgekeken op dat boekje met foto's . Het lijkt op een droom, een filmpje op de televisie. Zou het voor mij mogelijk zijn, om zo iets speciaals mee te maken? Al was het maar één keer, één keer in mijn leven uit de sleur stappen? Eén keer iets echt krankzinnigs te doen, een enkele keer aan de andere kant van een documentaire op de televisie staan?

 

09-02-07

Kijk ook eens.

nice sunset in pacific

 

 

 

Lees mijn nederlandstalig eBoek over mijn expedities naar Antarctica en de Stille Zuidzee: http://verslaafdaandehorizon.blogspot.com

Voor alle engelstalige kortverhalen over het leven als ontwikkelingshelper in verre streken, over expedities naar Antarctica, zeilen over de Atlantische oceaan, hinderlagen in Burundi en het veroveren van bergen in Afghanistan, ga naar: http://theroadtothehorizon.blogspot.com

Veel leesgenot!