11-02-07

De eerste expeditie. Hoe het allemaal begon.

Dit is een stukje uit mijn eBoek Verslaafd aan de Horizon

 

fo0ci_morning view of beach

16 Januari. 06h30 in de morgen.

De telefoon rinkelt ergens in de verte. Het antwoordapparaat neemt op. Half slapend hoor ik een aarzelende stem in het engels een boodschap inspreken. In het donker tast ik naar de telefoon naast het bed en prevel: "Hello, Peter..."

De engelse stem aarzelt en is duidelijk verward.

"Peter, eeeuh, dit is Jay Kobelin van de Clipperton expeditie". Ik ben geen ochtendmens en heb wat tijd nodig om wakker te komen. Jay ratelt maar door en het duurt eventjes voor ik door heb waar het allemaal om gaat.

"Een momentje, Jay, laat me eventjes wakker worden".

Terwijl ik met de telefoon in de hand naar mijn werkkamer strompel begint mijn brein te werken. Een goeie maand geleden las ik dat de radioamateur-expeditie naar Clipperton, een godverlaten eiland in de Stille Zuidzee, nog expeditieleden zocht. Ik zond een briefje met mijn referenties en wat persoonlijke gegevens naar Jay Kobelin, de expeditieleider.

Diezelfde Jay had ik nu aan de telefoon, en met een flits word ik klaar wakker. "Ja Jay. Clipperton, juist?", zeg ik en zet me schrap

"Inderdaad. Je had dus geschreven om je kandidatuur te stellen, en dat komt goed uit. We zoeken nog een drietal expeditieleden. Een aantal mensen hebben afgezegd. Luister, dit is het plan: we vertrekken op 28 februari vanuit Cabo San Luca in Mexico, met een gecharterde Amerikaanse sportvissersboot, de Cheerokee Gheisa. De tocht naar Clipperton zal een viertal dagen duren. Er is een achtkoppige bemanning aan boord, en die is ook verantwoordelijk voor de landing op het eiland, en het vertrek vanop het eiland", legt Jay uit.

"Een sportvissersboot?!?! ", vraag ik - ik zie mezelf al dobberen op de wijde oceaan, op een minuscuul bootje, tussen de pletsende vis.

"Ja, maar ééntje van 30 meter en 1000 pk", grinnikt Jay, "moet groot zijn; we nemen vier complete radiostations mee en gaan een tiental antennes opzetten.", vervolgt Jay, "Anyhow, ons grootste probleem is dat het charteren van de boot een goeie 65.000 dollar kost. Elke deelnemer betaalt 5000 dollar. Ga je mee?", ratelt hij in een zucht.

"Ja", antwoord ik.

Na het telefoontje zit ik nog wat na te soezen, en kijk naar mijn notities die ik op allerhande stukjes papier bijeengekrabbeld heb. Clipperton... Clipperton heeft me altijd iets gezegd. Het is alsof ik altijd wist dat ik ooit naar die verlaten stip in de Stille Zuidzee zou trekken. Alsof er een stukje van mijn bestemming lag. Volgens mijn hanepoten op de papiertjes, is het vertrek op 28 Februari, binnen een goeie maand dus, vanuit Cabo San Luca in Mexico, voor een boottocht van drie tot vier dagen, anderhalve week op het eiland en dan terug naar Cabo. "Deelname in de kosten", zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen, te betalen in twee schijven van 2500 dollar elk.

Niet niks, maar ik ben mij altijd blijven herinneren wat een ouwe man mij ooit vertelde (ik was in Spanje zuidwaarts aan het liften, en hij gaf me een lange rit): "Peter, toen ik jong was, had ik de fysische konditie en ambitie om van het leven te profiteren, maar ik had het geld niet. Mijn ganse leven heb ik gewroet om het geld bij mekaar te krijgen. Nu ben ik oud, heb het geld, een villa in Duitsland en een villa in Majorca, maar mijn lichaam wil niet meer mee en ik kan niet meer van dat geld genieten. Profiteer van het leven terwijl je jong bent. Werk niet in functie van de dag van morgen, maar leef vandaag." Dat is een beetje mijn levensfilosofie geworden. Met die ingesteldheid had ik ook aan de telefoon onmiddellijk 'Ja' gezegd toen Jay me voorstelde mee te gaan.

's Avonds vertel ik mijn vriendin: "Lieveke, je weet wel dat ik altijd wel eens met een grote expeditie mee wou gaan?, Ewel, ik heb nu de kans..." Enzovoorts... Praktisch als Tine is, begint ze me allerlei vragen over het eiland te stellen. Vragen waarop ik geen antwoord weet. Tja wat weet ik dan wel? Clipperton ligt een vijftienhonderd kilometer uit de kust van Mexico, behoort tot Frans Polynesie, het is verlaten, en er staan palmbomen op. En daar stopt mijn kennis... Ghis, een vriend radioamateur die veel mensen uit het radiowereldje kent, geeft me het telefoonnummer van Alain Duchauchoy door. Alain was de organisator van de eerste grote Clipperton expeditie in 1978. Ghis heeft nog wat foto's van die expeditie liggen, en ik kan de drang niet weerstaan om in de wagen te springen en die op te halen: een kaal atol, met hier en daar een bosje palmbomen, een verwoeste nederzetting, grote vogelkolonies en massa's landkrabben.

Ik geraak niet uitgekeken op dat boekje met foto's . Het lijkt op een droom, een filmpje op de televisie. Zou het voor mij mogelijk zijn, om zo iets speciaals mee te maken? Al was het maar één keer, één keer in mijn leven uit de sleur stappen? Eén keer iets echt krankzinnigs te doen, een enkele keer aan de andere kant van een documentaire op de televisie staan?

 

De commentaren zijn gesloten.